Theo Thijssen – Taal en schoolmeester (1911)

Theo Thijssen heeft over veel onderwerpen geschreven en daarbij diverse vormen gehanteerd. We lezen tegenwoordig nog zijn boeken over meester Staal en Kees de Jongen (zijn meest gewaardeerde boek), maar Thijssen heeft ook artikelen, recensies en opiniestukken geschreven. In eerdere blogberichten schreef ik reeds over ‘De Nieuwe School,’ het blad waarin hij veel scherpe stukken publiceerde. Een aantal van deze stukken werd in 1911 gebundeld in de brochure Taal en schoolmeester. Deze publicatie is online te lezen op de site dbnl.org.

Bij het lezen van die stukken moest ik denken aan Karl Marx. Thijssen trad, net als Marx, in het perk tegen opponenten die allang zijn vergeten. Nu zal niet iedereen die dit blogbericht leest Marx hebben gelezen, maar wellicht wel iets over hem weten. Van Ludwig Feuerbach heeft zo’n lezer waarschijnlijk niet gehoord. Marx schreef 11 stellingen tegen deze ‘idealist.’ Die werden gebundeld in een boekje dat ik eens las. Tijdens het lezen vroeg ik me af wat nu de drijfveren waren van Marx om met de pen op te trekken tegen deze Duitse filosoof, die -zoals gezegd – amper een spoor heeft nagelaten in de geschiedenis van de filosofie. Thijssen doet dit eigenlijk ook in deze publicatie. Hij trekt op tegen vergeten auteurs en doet dit met een scherpte en met een venijn die in zijn romans compleet afwezig zijn.

Laten we als voorbeeld J. A. Schutte nemen, ‘hoofd eener Openbare School te Zutphen.’ Deze Schutte had een bundel met spreekwoorden gepubliceerd. ‘Een prul,’ aldus Thijssen. Van deze bundel was net een tweede editie verschenen die Thijssen nauwgezet had doorgenomen. Hij betichtte Schutte van plagiaat en gaf maar liefst zeventien voorbeelden van dit plagiaat. Na een stuk of vijf heb je het idee wel te pakken, zou je denken. Maar dat was voor Thijssen blijkbaar niet genoeg. Die Schutte was in de tijd van Thijssen al achteloos terzijde geschoven. Zijn bundel werd in het onderwijs niet of nauwelijks gebruikt. Het is daarom nogal verwonderlijk dat Thijssen pagina na pagina van leer trekt tegen het arme schoolhoofd. Maar naast verwonderlijk is het ook kenmerkend. Thijssen was een vilein auteur. In zijn lijfblad ‘De Nieuwe School’ doopte hij zijn pen met regelmaat in vitriool.

Er zijn meerdere van dit soort stukken aan te wijzen in de publicatie en dat maakt ‘Taal en Schoolmeester’ tot een langdradige spokenjacht. Je moet tussen de regels en grote woorden door op zoek naar interessante observaties en inzichten. Die zijn er gerust, maar het is – om in de traditie van Schutte te blijven – spijkers op laag water zoeken. Er staan er gelukkig enige in, zoals het citaat hieronder:

Want het is een leĆ¹gen, dat wij in school gladde, slimme maniertjes hebben, om de jongens wat te leren; dat wij maar effene, gebaande weggetjes afwandelen, zeker er dan wel te komen. Wij allen scharrelen, zoeken; ons schoolleven is een aaneenschakeling van mislukkingen; van teleurstellingen; elke les op zichzelf is meestal een onding. Van al het pedagogies geschrijf der laatste jaren is dit juist het fatale: het is ophakkerij geweest. Als dat heerlike wonder in school: de gewenning, ons niet hielp, dan richtten we niets uit.

Die ‘ophakkerij’ zie je heden ten dage ook. Veelal wordt de suggestie gewekt dat een bepaalde methodiek of zienswijze het onderwijs direct beter zal maken of zelfs zal redden. Leraren weten hoe moeilijk het vak is, hoe vaak dingen niet gaan zoals gehoopt of voorspeld. Ze vragen zichzelf ook met enige regelmaat af of de leerlingen in de klas wel iets hebben geleerd. Er verandert, zo leert Thijssen ons, maar weinig in het onderwijs. Wat Thijssen schrijft was, is en blijft herkenbaar.

Thijssen is in de klas zoekend, tastend en gericht op relatie en de ontwikkeling van kennis; zijn ‘schoolromans’ getuigen daarvan. Buiten de klas is hij echter een grommend en bijtend monster. Het is de bekende januskop, die je ook bij hedendaagse leraren herkent. Twitter is hun ‘De Nieuwe School’. Bij Thijssen was het verzoek om een lichtere toon in de stukken aan dovemansoren gericht. Hoe dat op Twitter gaat weet ik niet. Daar kun je maar beter niet komen.