3. Vonnegut en de vorm van verhalen

Goed, Vonnegut dan maar. Hij spookt al jaren door mijn hoofd. Kurt Vonnegut, zoetwatersocialist uit Indianapolis. Schrijver. Auteur van het boek dat ik het vaakst heb gelezen: Slachthuis 5. Een keer of vijftien ondertussen.

Ik reisde eens in een touringcarbus vanuit Jena naar Dresden. Ik wilde het Florence aan de Elbe weleens zien. En dan vooral hoe na de vernietiging van de stad in februari 1945  zaak was gemaakt om de boel te restaureren alsof de geallieerden in de nacht van 13 op 14 februari de stad niet hadden weggebombardeerd. Én ik wilde door de stad lopen waar de jonge Vonnegut als krijgsgevangene van de Duitsers dat vernietigende bombardement meemaakte. Tijdens de rit van Jena naar Dresden dommelde ik regelmatig weg, las enkele passages uit Troost van de slapstick van Arnon Grunberg en wierp, toen de bus langzaam Dresden binnenreed, maar eens een blik uit het raam van de bus. Het eerste wat ik zag was een straatnaambordje. Daarop stond ‘Slachthofstraße’.

IMG_5680

Vonnegut was een waardeloze soldaat. Dat zijn zijn woorden, niet de mijne. Hij was een verkenner die tijdens het Ardennenoffensief (the Battle of the Bulge) met zijn eenheid tegenover doorgewinterde Duitse troepen kwam te staan en geen kans had. Hij werd gevangengenomen en naar Dresden getransporteerd.

Vonnegut had al de nodige pogingen gedaan om de oorlog in een verhaal te beschrijven voordat hij Slachtshuis 5 schreef, maar al die pogingen waren op niets uitgelopen. De vrouw van een van maat uit het leger hield hem voor dat ze jochies waren toen ze in de Ardennen slag leverden. Groentjes. Een kinderkruistocht was het geweest. Meer niet.

Die insteek, die haast absurde vergelijking, gaf zijn boek smoel en richting. ‘De kinderkruistocht’ werd de ondertitel van het boek dat zijn literaire doorbraak betekende.

Na de oorlog maakte Vonnegut gebruik van de GI Bill, een regeling die het ex-soldaten mogelijk maakt om na hun legertijd naar de universiteit te gaan. Vonnegut koos voor antropologie. Hij wilde afstuderen op de structuur van verhalen, maar zijn studie werd afgekeurd.

Vonnegut werd een veelgelezen schrijver en kreeg met enige regelmaat een podium om zijn ideeën over structuren in verhalen over het voetlicht te brengen. Eigenlijk is zijn idee over verhalen zeer eenvoudig. Vonnegut stelt dat er een aantal basisstructuren voor verhalen bestaan en dat de meeste verhalen die wij elkaar vertellen in een van deze structuren passen.

Hieronder vind je de basisstructuren van Vonnegut prachtig vormgegeven:

Schermafbeelding 2020-05-04 om 21.48.59
Bron

Het is fijn om Vonnegut te horen spreken over die structuren. Dat kan hier.

In een later blogbericht zal ik het hebben over de 7 basisplots in verhalen die Christopher Booker onderscheidt. In dit bericht wil ik laten zien, dat je met de boeken in je school een aantal van verhaalstructuren aan je leerlingen kunt laten zien en dat je zo overeenkomsten tussen verhalen en de opbouw van deze verhalen kunt benoemen. Ik verwijs je graag naar een eerder blogbericht, waarin ik aandacht besteed aan de gedragspatroongrafiek. Je begrijpt, als je de schema’s van Vonnegut ziet, waar dat idee zijn oorsprong vindt.

Er bestaan meerdere versies van het sprookje Roodkapje. Neem die van Charles Perrault. Daarin loopt het slecht af met Roodkapje. De wolf vreet haar op. Het sprookje eindigt zo: ‘Zooveel te beter kan ik u verslinden:’ – dit zeggende viel de laaghartige wolf op Roodkapje aan, en at haar met een paar happen geheel op. Doek neer, einde. Dit is de oud-testamentische variant, zou je kunnen zeggen. In de versie van de gebroeders Grimm snijdt de jager de wolf open en ontsnappen Roodkapje en haar grootmoeder aan een wisse dood. Of is het eerder een nieuw-testamentische wederopstanding?

perr041rood02ill02

Neem het verhaal van Job, die in een welhaast cynisch spel van God en de duivel alles kwijtraakt en – onder in de kuil van de Man in Hole-structuur – in zak en as zit. Na zijn beproeving is het eind goed al goed. In de Statenvertaling staat te lezen: “En de HEERE wendde de gevangenis van Job, toen hij gebeden had voor zijn vrienden; en de HEERE vermeerderde al hetgeen Job gehad had tot dubbel zoveel.”

job_vrienden_grt
Ilja Repin

Ik denk dat wanneer je zicht hebt op de structuur van een verhaal, dat wanneer je de opbouw herkent en het verloop daardoor goed kunt volgen, je tijd hebt om je te verliezen in de details van het verhaal, kunt genieten van de momenten waarop het verhaal afwijkt van wat je verwacht en dat je – tijdens het lezen – andere verhalen kunt ophalen en herbeleven.

Laten we niet vergeten dat we in de geschiedenis zoeken naar patronen. Rens Bod schreef er een prachtig boek over. Wij brengen met het schrijven en vertellen van verhalen niet alleen enkele van die patronen aan, maar gebruiken daar verhalen voor die zelf ook weer herkenbare patronen bezitten. Het onderwijzen van die patronen lijkt me bij cultuuroverdracht passen en helpt, nogmaals, de wat meer onervaren lezer om grip te krijgen en te houden op de verhalen die we ze aanreiken.

Laat een leerling in de onderbouw van het vo eens het boek Het eiland in de Vogelstraat van Ori Orlev lezen. Dit verhaal, over een Joodse jongen die alles verliest en zich moet verstoppen om uit handen van de nazi’s te blijven, heeft de Man in Hole-structuur. Hoofdpersoon Alex ziet toe hoe tijdens een razzia zijn vader wordt opgepakt (zijn moeder is dan al enkele dagen spoorloos) en verschanst zich vervolgens in een leeg pand in een Joods getto, waar hij, levend tussen hoop en vrees, probeert te overleven. Hij is alles kwijt, staat ontberingen door, is angstig en onzeker en vraagt zich af of hij zijn vader ooit weer terug zal zien. Het is het verhaal van Job tegen de achtergrond van oorlog en nazi-terreur. De duivel heeft in dit verhaal een uniform aan. Leerlingen zouden deze vergelijking, dit patroon, uitstekend kunnen begrijpen en volgen.

Dan moeten ze natuurlijk wel het bijbelboek Job kennen.