Week 26: Verleidingskunst

Deze donderdagmorgen waren enkele jongens van groep 6, ondanks de ziekte van hun leraar, toch opgetogen dat ik voor de klas stond. Ze weten dat ik fan ben van Atletico Madrid, een van de drie Madrileense profclubs in de hoogste Spaanse voetbaldivisie. En die club nu, knikkerde op woensdagavond cuphouder Liverpool uit de Champions League. Keeper Jan Oblak, een Sloveense reus, pareerde bijna alles die avond en was de held. De leerlingen die deze morgen de trap opklommen richting de klas, gingen ervan uit dat de winst van Atleti goed zou zijn voor mijn humeur. Welnu, dat was ook zo. Vooral ook, omdat ik de Ajacieden in de klas – onze school staat in Amsterdam – kon plagen met de nederlaag van ‘hun’ club tegen de derde profclub van Madrid, Getafe, een week of twee eerder. Ze waren nog niet binnen of ze bevroegen mij over de goals van Marcos Llorente (2) en Álvaro Morata. Ik schetste wat acties, zong een stuk uit het clublied van Atleti en zag ze genoegzaam onderuit zakken. Ze konden het onderwijl niet nalaten om over beide spelers te zeggen dat ze ooit voor Los Blancos (Real Madrid) hadden gespeeld. Fijn, dachten ze, we hebben de meester aan de praat gekregen, misschien schiet de spellingles er een keer bij in.

15658045530096

De leerlingen die nu in groep 7 zitten kennen mij het best. Ik heb ze twee jaar lesgegeven en in die twee jaar hebben we onze liefdes, fascinaties, hobby’s en ‘afkeren’ met elkaar gedeeld. Ze weten dat ik graag vertel over mijn jeugd op Texel of over een van de landen die ik tijdens een van mijn vele en lange vakanties heb bezocht. Ze kennen mijn belangstelling voor Azië en als er in het jeugdjournaal een item over die regio was, dan kreeg ik na afloop van de uitzending vragen waarmee ze mij probeerden te verleiden om een verhaal te vertellen. Als ik in de stemming was, dan lukte hen dat meestal wel.

Van de leraren die mij het vak hebben geleerd, herinner ik me dat zij ook hun belangstelling deelden met de leerlingen. Zo hadden de leerlingen in de klas van Frits een schriftje dat als titel ‘Wetenswaardigheden’ had en waarin de leerlingen een bordes overnamen die hij gaf over een onderwerp dat hem fascineerde. De kinderen leerden dingen die ver voorbij de methode lagen, maar toch echt tot hun wereld behoorden. Ze leerden over wereldwonderen, Griekse goden en rampzalige vulkaanerupties. Zijn collega Fred had een uitgebreide collectie stenen, die hij had verzameld op zijn vele reizen door Europa. Deze nam hij mee om de leerlingen te laten zien dat de stenen van de aarde veelvormiger en interessanter waren dan je misschien zou denken. En er was niemand die zo fijn kon vertellen over IJsland dan meester Peter, die naast leraar van groep 7/8 ook de bovenmeester was.

Toen ik zelf leerling was, wisten we heel goed hoe we de meester of juf en later de leraar of lerares moesten verleiden tot het vertellen van verhalen. De les kwam dan stil te liggen en jij kon genieten van een mooi verhaal of een ferme preek. Zo was onze geschiedenisleraar een fervent aanhanger van de PvdA en als iemand de loftrompet stak over het kabinet-Lubbers dan ging hij los. De economieleraar kon je verleiden tot een monoloog door op te merken dat je voornemens was om bij de komende verkiezingen te stemmen op een partij die voorstond om Nederland aan een oliestaat te verkopen en de opbrengst te verdelen onder de inwoners. Iedereen miljonair was het motto. Maar wat een ramp, aldus meneer Van Asten, voor de Nederlandse economie. Meester Gerrits in de vierde klas van de lagere school was verzot op de geschiedenis van het Napoleontische tijdperk. Een slimme opmerking of een goede vraag bracht hem in de verleiding om lang uit te wijden over de Fransen die op Texel waren gelegerd en daar een aantal fortificaties bouwden.

Ik ben ervan overtuigd dat de leraren geschiedenis en economie en meester Gerrits gerust wisten dat ze door de leerlingen verleid werden. Het streelde hen waarschijnlijk dat we probeerden om ze te laten uitweiden over hun favoriete onderwerp. En af en toe gaven ze er aan de verleiding toe. Het programma kon wel even wachten.

Als ik weleens inval in groep 8, dan weet een aantal leerlingen in die klas heel goed hoe ze ervoor kunnen zorgen dat ik de les even de les laat. Ze vragen dan steels welk boek ik als laatste heb gelezen of ze klagen erover dat er in de kast geen goede boeken staan. Ben ik in een goede bui, dan loop ik naar die kast, pak er een stapel goede jeugdboeken uit en houd dan als een spreekstalmeester een vurig betoog voor elk boek. Als ik dan ook nog een spannende of interessante passage uit het boek voorlees, dan vindt elk boek wel een nieuwsgierige lezer. Groep 8 is overigens een klas vol lezers. En omdat ik dat weer weet, kan ik ze verleiden om boeken te gaan lezen die ze normaliter links zouden hebben laten liggen. Zij verleiden mij (tot het stilleggen van de les) en ik verleid hen (tot het lezen van mooie jeugdboeken); een kunst die we tot in de puntjes beheersen.