Week 24: Drie lessen van Karel

Te water

De schrijver Maarten Biesheuvel fietste eens op een winterse dag over het Rapenburg te Leiden en zag daar een autootje vanaf de kade het koude water in glijden. Biesheuvel stopte evenwel niet, maar fietste door. ‘Het is jammer dat ik niet kan blijven kijken hoe het afloopt, maar dan kom ik te laat op dat college.’ Biesheuvel was op weg naar een college Russische literatuur. Wat hij niet wist was dat de hoogleraar die het college zou geven achter het stuur van dat autootje zat. Die chauffeur was Karel van het Reve.

Karel van het Reve (1921-1999) was 26 jaar hoogleraar Slavische letterkunde aan de universiteit van Leiden en heeft veel lezenswaardige stukken over, onder meer, literatuur geschreven. Van het Reve staat bekend om zijn opvatting dat er in een tekst niet meer staat dan dat er staat. Hij had een broertje dood aan het interpreteren van romans, verhalen en gedichten en vroeg zich af waarom zo’n interpretatie ‘zoveel minder interessant’ is dan de oorspronkelijke tekst.

reve-en-oorschot
Van het Reve en uitgever Van Oorschot

In zijn omvangrijke oeuvre behandelt Van het Reve verdraaid veel onderwerpen. Hij was iemand met een brede belangstelling en schreef graag over literatuur, geschiedenis en politiek. Verder heeft Van het Reve een aantal interessante dingen gedaan. Zo is hij correspondent voor dagblad Het Parool in de Sovjetunie geweest, heeft hij een fiks aantal jaren een gesproken column verzorgd voor de wereldomroep, heeft hij romans en gedichten gepubliceerd en een overzichtswerk van de geschiedenis van de Russische literatuur uitgebracht. Van het Reve had de nodige contacten onder Russische dissidenten en kende veel schrijvers, waaronder een van mijn literaire helden, Konstantin Paustovski, goed.

Van het Reve gebruikte zijn brede belangstelling om mooie, prikkelende stukken te schrijven. Zijn werk laat zich kenmerken door een heldere, klare stijl. Het is de combinatie van deze twee aspecten die Karels werk zo interessant en lezenswaardig maken. In dit blogbericht zal ik het werk van Van het Reve gebruiken om drie lessen te trekken voor het onderwijs. Want ondanks zijn vele publicaties was hij in eerste instantie (hoog)leraar.

Les 1: Lesgeven en studeren gaan moeilijk samen

Aan het begin van zijn loopbaan als hoogleraar kreeg Van het Reve het advies van een collega om zo min mogelijk college te geven. Hij heeft dit advies ter harte genomen. Het voorbereiden van een college kost namelijk veel tijd. Stel je eens voor, zo schrijft Van het Reve, dat je een collegereeks over Leo Tolstoj geeft. Zijn literaire werk omvat dertig delen en er zijn boekenkasten vol geschreven over het leven en werk van Tolstoj. Deze primaire en secundaire literatuur kon hij voor en tijdens zo’n collegereeks nooit doornemen. Van het bestuderen van Tolstoj kwam dan ook maar weinig. Van het Reve had daar eenvoudigweg de tijd niet voor.

Leraren in het basisonderwijs geven veel les. Er blijft dan weinig tijd over om lessen voor te bereiden. Dit gebrek aan tijd wordt deels ondervangen door gebruik te maken van methodes. Maar een ieder weet dat het werken met een rekenmethode de leraar niet ontslaat van de taak om de lessen terdege voor te bereiden en de ontwikkeling van de groep te relateren aan het aanbod van de methode en de (tussen)doelen die moeten worden gerealiseerd. Dit kost de nodige tijd. Hierdoor heeft een leraar, nog iets meer dan hoogleraar Van het Reve, weinig tijd over om studie te maken van een vak als rekenen of begrijpend lezen.

Aan het einde van zijn loopbaan als hoogleraar gaf Van het Reve negen uur college per week. Dat lijkt weinig, maar de inhoud van de colleges bepaalde hij zelf en dat vroeg veel (voorbereidings)tijd. Van het Reve maakte zich overigens geen zorgen over de didactiek. Als je zijn werk leest, dan zie je een focus op de inhoud van de colleges. Leraren in het basisonderwijs zijn gericht op de inhoud van de lessen, de bijbehorende didactiek en de pedagogiek. De positie van de hoogleraar Slavische letterkunde mag gerust bijzonder fijn genoemd worden.

Les 2: Veel weten, weinig vertellen

Van het Reve merkte dat hij bij het voorbereiden van een collegereeks enorm veel overhoop haalde en veel kennis verzamelde. Deze opmerking lijkt haaks te staan op wat ik hierboven schreef, maar dat is niet zo. Karel bedoelde dat je van alles wat je weet over een onderwerp maar een klein gedeelte kunt vertellen. Je kunt niet alles van en over Tolstoj bestuderen bij de voorbereiding van een collegereeks, maar wat je weet is eigenlijk al te veel. Het overgrote deel van wat je over een onderwerp weet namelijk, houd je voor jezelf. Er is gewoonweg onvoldoende tijd om al die kennis over het voetlicht te brengen. De (hoog)leraar moet keuzes maken en in deze beperking toont zich de meester.

En die beperking heeft zo zijn mindere kanten. Zo schreef Van het Reve in 1963 in Hollands Maandblad over een Amerikaanse hoogleraar die aan hem vertelde dat het geven van colleges ‘te vergelijken was met het werpen van valse parelen voor echte zwijnen (the throwing of false Pearls before real swine).’ Als je enige kennis hebt van een vak als aardrijkskunde of geschiedenis, dan bekijk je hoofdschuddend de methodes die op basisscholen worden gebruikt. Er is zoveel te vertellen, maar er wordt zo weinig aangestipt, denk je dan. Maar als je zelf een lessencyclus over een historisch onderwerp maakt, dan begrijp je al snel dat het goed aanbieden van enkele interessante lijnen en ontwikkelingen al een fikse klus is. Veel interessante stukken, brokken en kruimels blijven ongebruikt.

Dit betekent overigens niet dat je als leraar weinig hoeft te weten. In de geschriften van Van het Reve herken je de vreugde van de nutteloze kennis. Zo kon hij zich verkneukelen over hoe de mooiste zin uit het werk van Willem Elsschot (“Mijnheer De Mattos”, sprak hij na een poos met nadruk, “ik word op ’t ogenblik vanuit Gent verneukt door een kerel, die Korthals heet en die ’t lijk van mijn schoonzuster in zijn bezit heeft.”) zou klinken in een Oekraïense vertaling van Lijmen, een boek dat hij reeds voor publicatie had besteld. Van het Reve kon een zin als deze overigens zonder moeite uit zijn geheugen opdiepen. Het is juist deze brede kennis die helpt bij het maken van inhoudelijke keuzes én die je als leraar altijd de mogelijkheid geeft om in de les met een mooi verhaal of sterke anekdote te komen.

Les 3: Literatuur gaat om wat het met je doet.

Karel van het Reve las veel. Bovendien, en dat liet ik hierboven al zien, onthield hij veel van wat hij las. Dat is een prachtige kwaliteit die hem in staat stelde om schrijvers en boeken met elkaar te vergelijken en om zo zijn smaak te scherpen. Het geeft weinig pas om Tolstoj de grootste Russische schrijver te noemen als je maar weinig andere ‘Russen’ hebt gelezen, zullen we maar zeggen. Van het Reve kon nu juist wel iets over de kwaliteit van het werk van Tolstoj zeggen omdat hij het nodige uit de Russische én de wereldliteratuur had gelezen.

Van het Reve bewonderde schrijvers die ondertussen zijn vergeten. John O’Hara is hiervan een voorbeeld. Deze Amerikaanse auteur heeft een aantal prachtige romans op zijn naam staan. Afspraak in Samarra en Butterfield 8 zijn in Nederlandse vertaling beschikbaar. Van het Reve had daarnaast ook een afkeer van bepaalde schrijvers. Fjodor Dostojevski was er een van. Van het Reve nam in zo’n geval echt de moeite om uit te leggen waarom hij weinig ophad met het werk van Dostojevski. Want dat moest je Van het Reve nageven: zijn opvatting over Dostojevski was gebaseerd op een gedegen kennis van diens werk. En als hij Dostojevski affikte, dan gaf hij voorbeelden van schrijvers die het anders en beter deden. Volgens Van het Reve dan.

Overigens kende Van het Reve bij het bepalen van een oordeel gerust zijn eigen beperkingen. Zo noteerde hij in Hollands Maandblad: “Het is opmerkelijk hoe snel je met een oordeel klaarstaat over dingen waar je niets van weet. Ik lees bij Jean-François Revel dat Malraux als critique d’art niet anders is dan een vulgarisateur inexact et ampoulé. Ik heb Les voix du silene niet gelezen en ik weet niet  ‘ampoulé’ betekent, en toch ben ik het van harte met Revel eens.” Je hoeft het werk van Van het Reve derhalve niet te lezen om je een voorstelling te maken van hoe hij aankeek tegen Malraux’ La Condition Humaine.

Ik schreef aan het begin van dit blogbericht dat Van het Reve weinig gaf om hoogdravende interpretaties van romans, verhalen en gedichten. Voor hem was het interessant om na te denken over de vraag wat een verhaal met hem deed en waarom. Steeds meer scholen voeren de methodiek close reading in. Hierbij wordt een tekst meerdere keren gelezen en dalen de lezers steeds dieper af in de tekst. Ik hoorde een kenner van deze methodiek eens opmerken dat leerlingen tussen de regels door leren lezen. Dat zal allemaal wel. Ik denk overigens dat er over het algemeen tussen die regels, en dat geldt zeker als het om jeugdliteratuur gaat, maar weinig is te vinden. Het is interessanter en leerzamer om met leerlingen te praten over wat een verhaal met ze doet. De rest is vaak niet meer dan ‘showboating’. En daar is school niet voor.

Tot slot

Het loont de moeite om het werk van Karel van het Reve eens op te slaan. De man schreef helder, toegankelijk en bekeek de wereld met milde ironie. Zo zal hij waarschijnlijk ook college hebben gegeven. Naast Maarten Biesheuvel ging ook Maarten ’t Hart, die biologie studeerde, naar de colleges van Van het Reve. Daar vertelde Karel weinig van wat hij allemaal wist, maar voldoende om in ieder geval deze twee schrijvers te boeien.

 

Eén gedachte over “Week 24: Drie lessen van Karel”

Reacties zijn gesloten.