Week 22: Doe maar wat

Meldcode

Sinds 2013 is het onderwijs verplicht om de meldcode te hanteren inzake kindermishandeling. De meldcode is erop gericht om sneller en beter te kunnen ingrijpen bij een vermoeden van kindermishandeling. De meldcode bestaat, zoals je hieronder kunt zien, uit 5 stappen.

Schermafbeelding 2020-02-01 om 18.38.45

Als je met leraren over de meldcode praat, dan valt een drietal zaken op. Allereerst het feit dat veel leraren niet weten dat de meldcode bestaat. Ten tweede dat hen onbekend is dar de meldcode verplicht is en dat je vanaf 1 januari 2019 als professional bij het vermoeden van kindermishandeling verplicht bent om dit te melden. En ten derde dat er (opfris)cursussen bestaan die je als leraar kunnen helpen om mishandeling beter en sneller te herkennen.

Ik was eerlijk gezegd lang niet op de hoogte van de meldcode. Voordat ik op de Alan  Turingschool ging werken had ik er zijdelings wel eens iets over gehoord, maar inhoudelijk wist ik er niets van. Ik ben blij dat ik online een opfriscursus heb moeten volgen, omdat mishandeling een voorbeeld is van iets wat wel voorkomt (Gemiddeld heeft één kind in elke schoolklas te maken met een vorm van kindermishandeling) maar wat gemakkelijk aan je aandacht kan ontsnappen. Het is een voorbeeld van een proces dat een standaardaanpak vraagt en regelmatig herhaald moet worden om niet weg te zakken.

Techniek

Vanaf 1 januari 2020 is elke basisschool verplicht om het vak wetenschap en technologie (w&t) aan te bieden. Deze verplichting vloeit voort uit het Techniekpact, dat al in 2013 werd gesloten. Hieronder kun je lezen wat de doelstelling voor het primair onderwijs is inzake de verplichting w&t.

Schermafbeelding 2020-02-01 om 19.37.38

Als je hierover met leraren en schoolleiders spreekt, dan merk je een groot verschil in kennis over en kunde van dit vak. Als ik niet had meegewerkt aan een curriculum voor een nieuwe school, dan zou dit onderwerp volslagen langs mee heen zijn gegaan. Wij kozen er vanuit de biografie van de naamgever van de school, namelijk Alan Turing, voor om w&t een belangrijke plaats in ons onderwijs te geven. En dat is lastig, omdat een leraar als ik – die  lang geleden van de opleiding is afgekomen – weinig vakinhoudelijke kennis heeft. En wie de onderwijsliteratuur kent, weet hoe belangrijk dit is om van zulke lessen iets te maken.

Dit is evenwel niet het punt dat ik in dit blogbericht wil maken. Ik zal nog een voorbeeld geven voordat ik kom tot de kern van wat ik wil bespreken.

Leesvaardigheid

Welnu, dat derde voorbeeld is de leesvaardigheid van onze jongeren. In december 2019 publiceerde Pisa (Programme for International Student Assessment, een organisatie van de OECD) een rapport over de leesvaardigheid van 15-jarigen. Nederland zakte in deze internationale vergelijking diep weg een harde conclusie uit het rapport is dat bijna een kwart van de 15-jarige jongeren het risico loopt om functioneel analfabeet te worden. Dit percentage is in de loop van 15 jaar enorm gegroeid.

Schermafbeelding 2019-12-03 om 17.55.19

Leerlingen die op Niveau 1 functioneren, kunnen onderstaande niet met een tekst.

Schermafbeelding 2019-12-03 om 17.44.32

 

Als je met leraren praat over deze cijfers, dan zie je weer de aspecten die ik hierboven noemde, namelijk dat er leraren zijn die de cijfers niet kennen of niet weten dat deze ontwikkeling zich al een tijdje voordeed. En, nog belangrijker, dat scholen de wettelijke taak hebben om voor taal ambities te formuleren waarmee het team in de school aan de slag gaat en dat je als leraar zou moeten weten wat deze aanpak is.

Een diepere overeenkomst

Deze drie voorbeelden hebben een diepere overeenkomst met elkaar. En die is dat er voor scholen dan wel een verplichting is om met de meldcode, wetenschap en technologie en taalbeleid aan de slag te gaan, maar dat de overheid hiervoor nauwelijks kaders schept. De vrijheid die scholen in allerlei opzichten krijgen is, denk ik, fnuikend. Want los van het feit dat het moeilijk is om voor alle zaken die de overheid over het schoolhek gooit zelf beleid en een aanpak te ontwikkelen, krijg je door zo’n houding van de overheid evident grote verschillen tussen scholen. Die verschillen kunnen inzake kennis en kunde rond de meldcode levensbedreigend zijn en inzake het leesonderwijs de toekomst van leerlingen dwarsbomen.

En juist door zo’n vrijheid in invoering en uitvoering krijg je een enorme wildgroei van zaken die je niet wilt, maar ook niet kunt tegenhouden. Dyslexie is een eenvoudig maar treffend voorbeeld. Scholen hebben de vrijheid om zelf te bepalen wat de inhoud van het dyslexieprotocol is. Er bestaan zodoende veel verschillen tussen scholen als het gaat om de aanpak van leesproblematiek.  Het gevolg hiervan is dat er een wildgroei aan bedrijfjes is ontstaan dat verklaringen op maat levert en waarbij de leraar zich een positie aanmeet die niet passend is.

Neem nu de leraar Duits die door een ouder met een kind in vwo-3 gevraagd wordt om hun dochter extra ondersteuning te geven. Duits is het enige vak waar ze onvoldoende voor staat. Zij heeft, aldus de ouders, meer tijd nodig om zich de woordjes eigen te maken en wegwijs te worden in de naamvallen. Ook zou ze, aldus de ouders, betere resultaten halen als de omvang van de toetsstof werd ingeperkt. De leraar Duits nu, zegt dat zij alleen tijd kan regelen als de ouders een dyslexieverklaring overleggen. Ze krijgen een naam mee van een instituut die deze verklaring voor hen kan regelen. Dit instituut hoeft behalve wat algemene gegevens verder niets te weten van de leerling; niets over eerdere resultaten of over de ontwikkeling op de basis- en middelbare school. De leerlinge wordt uitgenodigd voor een onderzoek en krijgt later via de post een verklaring toegestuurd. Dat dit in het onderwijs leidt tot een explosie van dyslexiegevallen laat de volgende figuur zien.

Schermafbeelding 2019-10-12 om 09.19.38

Verkeerde terughoudendheid

In het Nederlandse onderwijs heeft de overheid een terughoudende rol. Dit zal ongetwijfeld een relatie hebben met artikel 23 van onze grondwet, die de vrijheid van onderwijs regelt. Maar in deze zelfde wet staat in artikel 1 ook het volgende te lezen: “Het onderwijs is een voorwerp van de aanhoudende zorg der regering.” Die aanhoudende zorg wordt meestentijds met de mond beleden. Als de overheid zich werkelijk zorgen zou maken over het leesonderwijs, dan zou men zonder al te veel moeite zeer heldere richtlijnen kunnen formuleren inzake dit onderwerp. Waarom, om een voorbeeld te noemen, stelt de overheid niet vast hoeveel letters de leerlingen aan het einde van groep 2 moeten kennen? Wanneer de start van het technisch lezen voor leerlingen in groep 3 zo veel van elkaar verschil, dan kun je uitkomst wel voorspellen.

Als de meldcode zo’n belangrijk punt is – en het lijkt mij dat dit zo is gezien de verplichting – dan zou ik als overheid willen waarborgen dat de code op elke school goed wordt ingevoerd en geborgd. Daar hebben de scholen en de besturen die verantwoordelijk zijn voor de scholen dan wel heldere kaders voor nodig. Binnen zo’n kader kan de implementatie van, in dit geval, de meldcode goed plaatsvinden. Maar keer op keer ontbreekt een helder kader bij de implementatie van een verplicht aspect van het onderwijs.

Wat ik verder opvallend vind, is dat besturen, voor zover ik dit kan overzien natuurlijk, de kaderstellende rol, bij een afwezige overheid, maar mondjesmaat op zich nemen. De verschillen tussen scholen binnen hetzelfde bestuur inzake de invoering en het onderhoud van de meldcode, het onderwijs in w&t en het leesonderwijs zijn eenvoudig te constateren. Je bent als leraar, leerling en ouder dan toch overgeleverd aan een bepaalde vorm van willekeur als je kijkt naar de grote verschillen tussen die scholen. En je vraagt je af, waar een bestuur dan wél op stuurt.

Over landen die betere onderwijsresultaten behalen dan Nederland wordt door kenners weleens opgemerkt dat de rol van de overheid in deze landen groter is. De overheid schrijft niet alleen het ‘wat’ voor, maar deels ook het ‘hoe.’ In Groot-Brittannië heeft Ofsted, het equivalent van onze onderwijsinspectie, genoeg van visies op leren lezen die blijkens herhaald onderzoek niet effectief zijn.

Schermafbeelding 2020-02-02 om 16.43.09

Als het gaat om enkele kernzaken van ons onderwijs, en daar zijn de meldcode en de leesvaardigheid prima voorbeelden van, dan zou onze overheid ook duidelijker en scherper mogen zijn over het ‘hoe’ en het ‘wat.’ Je kunt niet verwachten van schoolleiders en leraren, die al veel taken hebben uit te voeren, dat ze tijd hebben om nieuwe opdrachten en taken zonder sturing en duiding vlekkeloos oppakken. Als een overheid besturen en scholen hierin vrij laat en geen mening heeft over het ‘hoe’, zegt ze de facto: ‘Doe maar wat.’ Die overheid moet dan niet raar opkijken als het niet wordt wat er vooraf van verwacht werd. Immers, als je maar wat doet, kan je ook iets doen wat op nietsdoen neerkomt.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s