Week 19: Standaardiseren

In de kring

Mijn eerste vaste aanstelling was op een jenaplanschool. Ik kwam daar bij toeval terecht. Het was in een tijd dat de onderwijsbanen nog niet voor het oprapen lagen. Iemand belde me op en zei dat ik daar maar moest solliciteren. Wie het was ben ik vergeten, maar ik heb gedaan wat-ie zei. Ik heb daar een tijdje gewerkt en ik vond dat best interessant. Toen ik op de school begon, wist ik weinig tot niets van de wijze waarop de ideeën van Petersen in de praktijk vorm en inhoud krijgen. Ik had over hem moeten lezen op de opleiding, maar daar was het bij gebleven; van het inhoudelijke jenaplanonderwijs wist ik niets. Op die jenaplanschool nu zaten de leerlingen veel in de kring, dat wel. En dat kwam voor mijn gevoel goed overeen met een bekende foto van Petersen. Hij zit op die foto met zijn leerlingen in de kring en achter hem op het krijtbord staat een prachtige tekening van een sluizensysteem. De jenaplanschool waar ik werkte stond pal naast een sluis. Dat kon, zo dacht ik magisch, geen toeval zijn. Maar goed, ik dwaal af.

Terug naar die veelheid aan kringen. Een daarvan was de leeskring. Ik was dol op die kring. Je weet ondertussen wel dat ik in verhalen leef en het lezen en leren van verhalen vind ik prachtig. Dus ik wilde graag werk maken van die kring. Ik ging op zoek naar kennis en voorbeelden om die kring tot een pronkstuk van mijn jenaplanonderwijs te maken. Maar verder dan een dun boekje en wat losse aanwijzingen van mijn collega’s kwam ik niet. Ik kwam er achter dat elke leraar een eigen invulling gaf aan die kring en dat niemand dat eigenaardig vond. En wat gold voor de leeskring, dat gold ook voor andere kringen en, zo werd me later duidelijk, ook voor de wijze waarop de leraren op die school didactisch en pedagogisch handelden. Iedereen handelde naar goeddunken. Ik vond het een leuke school, maar professioneel gezien was het een rommeltje.

Sommige lezers van dit blog zullen die verschillen in aanpak geen probleem vinden en wellicht zelfs menen dat dit een mooi voorbeeld is van professionele autonomie. Ik zie dat anders. Ik zal dat hieronder toelichten.

Estafette

Op Twitter had een aantal midden- en bovenbouwleraren onlangs een gesprek over technisch lezen. Uit de wisseling van gedachten bleek dat een aantal van hen niet uit de voeten kon met de aanpak die hun school hanteerde. Een enkele leraar had al een eigen aanpak uitgewerkt en ingevoerd, terwijl enkele anderen dat overwogen. Een argument dat werd gehanteerd om de schoolaanpak, vaak de methode Estafette, af te wijzen, was deze: ‘Het werkt voor mij niet, dus doe ik het op mijn eigen manier.’

Ik weet dat scholen worstelen met voortgezet technisch lezen. We kennen allemaal de denkfout dat AVI-uit ook betekent dat je geen les in technisch lezen meer hoeft te geven. Dat is niet zo. Maar dat is niet waar het hier om gaat. Ik zal uitleggen waarom de eigengereidheid van de leraren in dit geval geen pas geeft en feitelijk ook niet zou mogen.

Een basisschool moet inzake taal elke vier jaar ambities formuleren en opnemen in het schoolplan. Je hoeft als school niet zo bijzonder veel, maar dit is echt een ‘moetje.’ Een onderdeel van de taalambitie is technisch lezen. Je brengt als het om technisch lezen gaat in kaart waar je nu staat en waar je over vier jaar wilt staan. Vanuit het gegeven van de ononderbroken ontwikkeling van je leerlingen kies je voor een schoolbrede aanpak, waarbij je het eindpunt scherp voor ogen houdt. Ik zou als eindpunt opschrijven dat geen enkele leerling de school verlaat zonder goed te kunnen lezen. Dat kan hoor, maar dat vraagt wel een doelgerichte aanpak. Met dat in gedachten zet je een lijn uit, kies je voor een didactische aanpak, kies je voor een methode of een methodiek en denk je na over de informatie die je nodig hebt om te bepalen of je op koers ligt of moet bijsturen. Eigenlijk heel simpel allemaal. En dat simpele is kenmerkend voor een basisschool, denk ik wel eens. Het werkt in zo’n geval niet als je in dat eenvoudige proces leraren hebt die ‘iets anders’ doen. Ze compliceren feitelijk het onderwijsproces en ik zou dat als collega niet accepteren. Ik gaf eens een presentatie op een basisschool en daar zei een leraar tussen neus en lippen door tegen collega’s dat zij de lessen van Estafette nooit deed, hoewel de methode vanaf groep 4 werd ingezet. Ik verbaasde me over die uitlating, eerlijk gezegd. Maar ik verbaasde me nog meer over de lauwe reacties van haar collega’s. Ik was de enige die opmerkte dat het in mijn ogen ongepast was dat zij niet deed wat schoolbreed was afgesproken. De rest haalde de schouders op.

Oefenen, uitwisselen en analyseren

Ik heb niets tegen de autonomie van de leraar, maar die ligt mijns inziens achter de professionele standaard. Als je inzake technisch lezen hebt afgesproken wat de aanpak is, dan heb je een basis gelegd die je gebruikt om veel doelgericht te oefenen en zo jezelf te verbeteren op dit onderdeel. Je hebt enige tijd nodig om de ritmes en routines bij zo’n aanpak in te slijten en daarbij helpt het als je collega’s ook met deze methodiek of aanpak werken. Het geeft je namelijk de mogelijkheid om samen te werken, samen lessen op te zetten en inhoudelijk met elkaar van gedachten te wisselen over het onderwijs dat je geeft. En van betere lessen profiteren je leerlingen.

Het is een illusie te denken dat je niemand nodig hebt om je te ontwikkelen dan wel te verbeteren in je vak. Onthoud maar dat de meest begaafde vaklui nog om feedback of coaching vragen. Je hebt altijd een ander nodig om kritisch te kijken naar de lessen die je hebt gegeven of naar de prestatie die je hebt geleverd. En die feedback of coaching krijgt gemakkelijker vorm als je dezelfde dingen doet en inhoudelijk dezelfde taal spreekt. Ik ben dolblij dat er regelmatig collega’s in mijn klas komen kijken naar de lessen die ik geef. Ze kennen de aanpak, weten uit eigen ervaring wat de voetangels en klemmen van de aanpak zijn en kunnen mij met een subtiele opmerking of een scherpe analyse verder helpen. Ik kan me als vakman alleen ontwikkelen in de gezamenlijkheid van de werkplaats die school in mijn beleving is.

Standaardiseren

Omdat ik niet wist hoe ik een leeskring moest organiseren en aan die kring een goede inhoud moest geven, deed ik op die jenaplanschool maar wat. Ik werd daar niet gelukkig van. En mijn leerlingen ook niet.

Op de school waar ik nu werk wordt veel met standaarden gewerkt. Ik zal enkele voorbeelden geven. Een standaard is de inrichting van de klas. De klassen op onze school zien er eender uit en daar profiteren met name de leerlingen van die in een rustige omgeving goed gedijen. Wat geldt voor de klassen, dat geldt ook voor de centrale ruimtes. Die zijn overzichtelijk en netjes. Zo voorkom je onrust bij leerlingen en creëer je rust. En rust is geen verdienste maar een voorwaarde.

Een andere standaard betreft de didactische aanpak van de lessen. Als ik een themales in groep 1/2 zie dan is deze niet wezenlijk anders van opbouw dan die in groep 6. Leraren die bij elkaar binnen lopen en elkaars lessen zien, weten direct welke processen zich in de klas afspelen. Je merkt dit heel sterk als je een groep moet overnemen. Er wordt nauwelijks of nooit door leerlingen gezegd dat juf A. het ‘heel anders doet’ dan jij. Welnu, die gezamenlijkheid in aanpak, zowel didactisch als pedagogisch, geeft naast rust ook tijd. En die tijd gebruiken we om met elkaar in gesprek te gaan over onderwijs. Leraren zien dat onderwijs een teamsport is en niet iets wat voor de een wel en de ander niet werkt. Als onze aanpak voor jou niet werkt, dan moet je op een andere school gaan werken en niet op eigen houtje dingen veranderen.

De professionele autonomie zit dus achter de standaard. Je hebt als leraar ruimte om bij het maken van lessen weloverwogen keuzes te maken en na te denken over wat jouw groep nodig heeft. De standaard is heel simpel gezegd de voorwaarde voor ‘the icing on the cake.’

Onlangs kwam Joost Kampen op onze school langs voor een gesprek. Kampen is organisatieadviseur. Hij heeft een interessant boek geschreven over verwaarloosde organisaties. Tijdens dat gesprek zei Kampen iets heel interessants over die hang naar autonomie van werknemers en met name van leraren. Ik greep naar een pen en schreef snel op wat hij zei: “Beschermen van je autonomie is het verhullen van je eigen tekortkomingen.”

 

 

2 gedachten over “Week 19: Standaardiseren”

  1. Standaardiseren bij lezen. Aangenomen dat rekenen en taal ook zo benaderd worden. Maar hoe zit het nu bij andere, óók belangrijke vakken? Tekenen, muziek, geschiedenis, b,v,? Daar lees ik in onderwijsartikelen nooit over. Of is het daar: we doen ons eigen ding?

    Like

    1. Dat doen we zeker. Er is een mooie ambitiekaart over maakonderwijs, waarin een aanpak inzake de creatieve vakken staat beschreven. En dat belangrijke vak geschiedenis valt onder thematisch onderwijs en ook daarvoor hanteren we een eensgezinde aanpak.

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s