Week 18: Verhalen delen

Hemel en aarde verenigen zich door rituelen, luidt een oude Chinese zegswijze. Overal ter wereld hebben culturen hun eigen rituelen en die verschillen nogal van elkaar. Maar wat de meeste culturen met elkaar gemeen hebben, is dat mensen in die culturen elkaar verhalen vertellen. Door middel van deze verhalen geven mensen elkaar de diepere betekenissen en ideeën over het leven door. Vroeger vertelden mensen verhalen als ze bij elkaar zaten rond een vuur of wachtten op de terugkeer van het licht; tegenwoordig schrijven we ze op en lezen we ze zelf of we lezen ze aan elkaar voor. Als je een bibliotheek of boekhandel binnenloopt, dan stap je een wereld binnen vol verhalen en vol ideeën over hoe de wereld in elkaar steekt, denk ik weleens. Daarom zijn die instituten zo belangrijk en waardevol. In een verhaal of gedicht vind je antwoorden op vragen die je op een andere plek niet of nauwelijks krijgt. De Britse schrijver Julian Barnes omschreef het zo:

“Books say: She did this because. Life says: She did this. Books are where things are explained to you; life is where things aren’t. I’m not surprised some people prefer books.”

Je kent vast het boek van Leo Lionni over muis Frederick. Alle soortgenoten van Frederick zijn bezig om een enorme wintervoorraad aan te leggen die hen moet helpen om de winter door te komen. Frederick doet niet mee. Hij zit tot ergernis en ongemak van de andere muizen in de zon en doet ogenschijnlijk niets. Maar Frederick werkt, zo zegt hij, wel degelijk. Hij verzamelt de zon en de kleuren. En het zijn precies die zon en die kleuren die de andere muizen verlichting geven als ze in de donkerte van de winter bijeen zitten en hopen dat het licht en warmte snel zullen terugkeren. Frederick vertelt ze verhalen en brengt zo licht in de duisternis van het kille jaargetijde.

In het verhaal van Fredrick zit een zekere ironie. Als jij het voorleest en de kinderen de platen van het verhaal laat zien, confronteert Lionni jou tegelijkertijd met de vraag of jij eigenlijk een verhalenverzamelaar bent. Ben je iemand die zo af en toe een verhaal vertelt of een boek voorleest, of ben je iemand die leeft in verhalen en op de donkerste momenten van de schooldag de leerlingen weet mee te nemen naar een wereld die ver buiten de muren van het lokaal ligt?

Voor veel mensen is een goede leraar een verhalenverteller. Als je weleens spreekt met anderen over onderwijs en je gesprekspartners denken terug aan hun schooltijd, dan wordt steevast een leraar aangehaald die prachtige verhalen kon vertellen. Als de meester of juf aan een verhaal begon, dan verdween het besef van tijd, dan stroomden de leerlingen in gedachten het klaslokaal uit en stapten ze een fictieve wereld binnen die hen mateloos boeide. Een leraar die geen verhalen kent, laat staan verhalen vertelt, is in hun ogen geen ‘echte’ leraar.

De meeste verhalen die ik vertel heb ik geleend van reuzen uit de wereldliteratuur. Mijn fantasie is niet zo groot als ik zou hopen. Ik heb echt de verhalen van anderen nodig om mijn leerlingen te boeien. Zo vertelde ik eens aan een Amsterdamse groep 8 het verhaal van mijn oom, die boer was in Rusland. Hij ging ’s morgens met een koe naar de veemarkt om deze te verkopen. Om daar te komen hoefde hij louter het treinspoor naar de stad te volgen. Het dier werd verkocht en vervolgens werd op de verkoop gedronken. Wodka, dat begrijp je wel. ’s Middags stapte mijn oom licht beschonken over de bielzen van het spoor richting zijn kleine boerderij. Na verloop van tijd schrok hij op uit zijn gedachten, omdat er een trein naderde. Mijn oom wilde van het spoor stappen, maar door zijn benevelde toestand gleed hij uit. Zijn rechterbeen lag nog op het spoor terwijl de trein langsreed en werd genadeloos door de scherpe wielen van de trein losgesneden van zijn lichaam. Die oom van mij nu, werd door een alerte voorbijganger snel naar een dokter gebracht. Daar bleef mijn oom, ondanks alle verdoving, uiterst alert. En hij deed niets anders dan roepen om zijn been. Hij moest en zou zijn been hebben. De arts verzekerde hem dat zijn been niet te redden was en dat hij blij mocht zijn dat zijn wond gedicht kon worden. Maar dat maakte niets uit: mijn oom bleef om zijn been roepen. Uiteindelijk werd de assistente weggestuurd om het been op te halen. Toen zij terugkwam met de zware last, griste mijn oom het been uit haar handen, trok de laars van zijn dode voet en haalde uit de schacht van die laars de opbrengst van de verkoop van de koe.

Ik vertelde dit verhaal aan het eind van een dag tijdens de laatste verloren minuten van een aardrijkskundeles over Rusland. Toen ik de volgende ochtend bij de deur de leerlingen verwelkomde, bleef een meisje bij me staan en zei: “Volgens mijn moeder is het een verhaal van de Russische schrijver T.” Ik knikte en gaf eerlijk toe dat ik het geleend had.

Om verhalen te kunnen vertellen, moet je ze wel kennen. Als je zelf geen leraren of ouders hebt gehad die je meenamen in de wereld van verhalen, dan zul je – wil je werk van je rol als verhalenverteller maken – zelf op pad moeten. Het kan dan niet anders dan dat je zelf enorm veel leest en de beste verhalen bewaart en vervolgens deelt alsof je ze zelf hebt bedacht of meegemaakt. Ik kan me overigens niet voorstellen dat een leraar weinig leest, maar de praktijk leert dat het lezen van gedichten, verhalen en boeken er voor een leraar weleens bij inschiet. En dat is jammer, want het meisje dat ’s middags in de klas het verhaal van ‘mijn’ beschonken oom hoorde, rende na schooltijd naar huis om het door te vertellen. Daarmee bereik je iets wat heel waardevol en wezenlijk is. Er is in mijn ogen geen mooier compliment dan een ouder die tegen je zegt dat je elke dag ‘bij hen aan tafel zit’. Dat jouw leerlingen, met andere woorden, thuis graag vertellen en delen wat jij de leerlingen hebt verteld. Dat jij dus een schakel bent in het doorgeven van verhalen die hemel en aarde met elkaar verbinden.

Een leraar die verhalen vertelt, wordt onthouden. Zo’n leraar maakt langzamerhand deel uit van de verhalencultuur van de families van de leerlingen in je klas. Er gebeurt dan iets wat de geweldige schrijver Margaret Atwood als volgt omschreef: “In the end we all become stories.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s