Week 11: Uitgeput

Terugkijken

Het valt me op, dat ik in mijn blogberichten over een jaar onderwijs vaak terugkijk naar het begin van mijn carrière. Ik bekijk dan hoe het toen was geregeld in het onderwijs. Dat is deze keer niet anders. Als ik mijn blogberichten op een rij zet, dan lijkt het er op dat ik de balans van een kwart eeuw lesgeven opmaak en dat alle stukjes tezamen de aankondiging vormen van iets wat ik nu nog niet helder voor ogen heb.

We zullen zien.

Maar terug naar ruim 25 jaar geleden, toen ik als stagiair op diverse basisscholen in Alkmaar en omstreken meedraaide in het schoolteam. Ik werd uitgenodigd om teamvergaderingen mee te maken en ervoer hoe zelfbewust en ook reactionair de leraren in die tijd waren. Menigmaal heb ik meegemaakt dat een directeur door enkele leraren van het team werd teruggefloten en kreeg medegedeeld dat bepaalde voorstellen niet zouden worden uitgevoerd.

Het was een interessante periode. Er viel nogal wat van deze leraren, in overgrote meerderheid mannen overigens, te leren. Laat ik het zo zeggen. Er stonden leraren voor de klas die van wanten wisten, die kennis van zaken hadden en die zich niet iets lieten zeggen door mensen die niet voor de klas stonden.

Kom daar maar eens om tegenwoordig.

Een vol dienblad

Want ik heb, als ik met leraren spreek en andere scholen bezoek, sterk het idee dat leraren maar mondjesmaat ingaan tegen wat een bestuur of schoolleiding voorstelt. Er wordt wel gemopperd, er wordt ook veel geklaagd, maar de meeste dingen blijven zoals ze zijn. Als ik weleens een team kom begeleiden of voor een zaal vol leraren sta, dan kun je de weerzin tegen weer een scholing of verplichte bijeenkomst haast voelen. Praat je met schoolleiders, dan bruist het van de energie; zit je om de tafel met leraren dan kijk je voor de zekerheid toch even waar de AED hangt.

Kijk, ik ben het met leraren eens. De werkdruk is hoog. Leraren doen te veel in te weinig tijd. Als ik terugdenk aan mijn eerste jaren voor de klas, dan valt me op dat er minder lessen werden gegeven, terwijl de leerlingen wel net zo lang naar school gingen als nu. Het lesprogramma was overzichtelijker en minder ambitieus. Er was in die tijd een prettige balans tussen wat moest worden aangeboden en de tijd die je ervoor had. Die balans stond toen al onder druk, maar die leraren die ik hierboven noemde, beschermden die balans met verve en vol vuur.

Want stel je eens voor, dat jouw school besluit om een methode voor sociaal-emotionele ontwikkeling in te voeren; een methode als De Vreedzame School of Leefstijl. Die methode vraagt een tijdsinvestering van een of meer uren per week. Die uren moeten ergens vandaan komen. Je krijgt er van de schoolleiding of het bestuur niet de uren bij. Als je dus, met andere woorden, niet iets uit het curriculum haalt als je er iets aan toevoegt, dan neemt de druk op de leraar toe en neemt de kwaliteit af. Je moet namelijk onderwerpen en lessen afraffelen om ervoor te zorgen dat je alles hebt gedaan wat door je school verplicht is. En als je half werk levert, dan zullen de resultaten navenant zijn.

Een verstandig team van leraren vraagt aan een bestuur of aan de schoolleiding wat er uit het curriculum gaat als er iets bij komt. Als er niets af kan, dan kan er ook niets bij. Dat moet de stelregel zijn. Handhaaf je deze regel niet, dan loop je zo de valkuil van de werkdruk in.

Maar er is meer.

Kennis van zaken

Je hoeft als school namelijk helemaal geen methode voor sociaal-emotionele ontwikkeling te hebben. Je kunt aan de wettelijke eisen voldoen door voor een andere aanpak te kiezen. Daar is wel kennis van zaken voor nodig. En laten we eerlijk zijn: veel leraren hebben die niet. Die denken dat zo’n methode verplicht is, of dat je – een ander voorbeeld – met groepsplannen moet werken, ook zo’n werkdruk verhogende methodiek. Dat hoeft allemaal niet, als je maar kunt aantonen dat je de leerlingen op je school goed volgt en interventies pleegt die gebaseerd zijn op data en (daar is-ie weer) kennis van zaken.

Als basisschool hoef je helemaal niet zo veel. Maar veel scholen maken er zaak vaak om bovenop de wettelijk verplichte bouwstenen en ambities een pakket aan lessen, methodes en methodieken in te voeren en aan te bieden die in de tijd die daarvoor bestemd is helemaal niet kunnen worden aangeboden. Je zou eens moeten onderzoeken in hoeverre het aanbod van je school afwijkt van de wettelijke vereisten. Als je daar zicht op hebt, dan heb je daar een bron van de werkdruk te pakken. En die bron kun je aanpakken.

Want, prachtig hoor, al die brandende ambities van besturen en schoolleiders, maar als zij ze zo belangrijk vinden, dan voeren ze die toch zelf uit? Wij hebben er geen tijd voor.

Je begrijpt dat deze twee zinnen een vrijwel letterlijk citaat zijn van wat ik 25 jaar geleden hoorde. Je mag ze best gebruiken als iemand met een idee komt dat niet hoeft, een idee ook dat geen toegevoegde waarde heeft en jou de stuipen op het lijf jaagt omdat het de werkdruk verhoogt.

Weg met de cao

Nu helpt de cao ook niet echt. Dat moet gezegd. Uit dat boekje zou je de gehele passage over taakbeleid moeten scheuren en verbranden. Want ook dat is veranderd in de kwart eeuw dat ik lesgeef. Tegenwoordig wordt tot achter de komma berekend of jij je ‘uren’ wel maakt. Naast je lesgevende taken en de na- en voorbereiding moet je, als een medewerker van een productiebedrijf, ergens mee bezig zijn. Vandaar al die commissies, werkgroepen en vergaderingen. Ook die lekken tijd, energie en gaan ten koste van je humeur. En ze voegen weinig toe aan de kwaliteit voor hetgeen waarvoor je zo graag gezien wordt, namelijk goed lesgeven.

Ik weet nog hoe op een basisschool in Alkmaar een leraar van groep 7 in de lerarenkamer zat te wachten tot hij naar huis mocht. Het was in de tijd dat de besturen werden verzelfstandigd en dat de lui aan het hoofd van deze besturen bedachten dat je op bepaalde tijden op school moest zijn. De leraar had zijn werk af, wilde een ommetje maken om over mooi onderwijs na te denken, maar mocht het pand niet verlaten. Hij zat daar maar, met een donkere wolk om zijn hoofd.

Als iets uitputtend is, dan is het wel te moeten aanschuiven bij bijeenkomsten waarvan je het belang niet inziet. En nogmaals. Vijfentwintig jaar geleden nam ik niet deel aan werkgroepen of commissies. Ik werkte in Zaandam en fietste heen en weer tussen mijn huis in Alkmaar en de school, die in het centrum van de stad staat. Het was een fietstocht van ruim een uur, dwars door de industriegebieden van de Zaanstreek en de rust en kalmte van de Schermer. Ik was vrijwel altijd om half zes thuis.

Nu mag de leraar blij zijn als zij om half zes naar huis kan. Ze komt thuis, is uitgeput en heeft tijd noch zin om na te denken over wat moet en mag in het onderwijs. Je begrijpt wel wie bij zo’n model garen spint. Dit doorbreek je alleen als je begint met nadenken en uitzoeken en begint met het stellen van vragen aan de mensen die jou zien als een productiemedewerker in plaats van een vakman.

2 gedachten over “Week 11: Uitgeput”

  1. Altijd al gedacht dat assertiviteit training voor de leraar, t.a.v het werk, zou moeten. En je vak vooral met plezier uit moet oefenen. En veel hobby’s naast het vak doen. Tenslotte ben je een talent ontwikkelaar..

    Like

  2. Ik citeer mijn vader; “Iets erbij is ets eraf.”
    Onderwijsman (inmiddels met pensioen) in hart en nieren, ooit kleuterleider, later directeur. Hij gaf mij deze belangrijke uitspraak mee toen ik startte in het onderwijs.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s