Week 10: Samenwerken

Naar de wc

Ik ben niet veel anders dan een aantal leerlingen in de klas, denk ik weleens. Wat zij doen als kind, dat doe ik als volwassene. Dit inzicht zorgt ervoor dat ik gedrag van leerlingen aardig kan voorspellen. Zo zat ik laatst achter in een klas. Ik keek naar een rekenles. Na een korte werkinstructie kregen de leerlingen de opdracht om in groepjes van vier enkele rekenproblemen op te lossen. In de fase tussen het laatste woord van de leraar en het oplossen van de eerste som liepen drie leerlingen uit hun groepje en bezochten de wc. Dit waren precies de leerlingen die me qua gedrag waren opgevallen toen ik voorafgaande aan de rekenles naar een spellingles had gekeken. Je herkent dit soort leerlingen direct. Ze zijn voortdurend afgeleid, zijn veelal gericht op andere leerlingen in de klas en ze zijn constant op zoek naar mogelijkheden om te ontkomen aan de opdracht die de leraar geeft. De wc is voor deze leerlingen een veelbezochte vluchtheuvel. Als je mijn vorige blog over gedrag terugleest, dan weet je wat het probleem van de leraar is en wat de speelruimte is die deze leerlingen krijgen.

Maar goed, ik gaf aan dat ik zelf niet anders ben dan deze leerlingen. Ik zal daarvan een voorbeeld geven. Ik bezocht onlangs een onderwijsconferentie en tijdens een van de workshops die ik daar volgde gaf de workshopleider een samenwerkopdracht aan de aanwezigen. Ik keek om me heen en zag dat ik met allemaal mensen aan tafel zat die ik niet kende. Deze opdracht was voor mij dan ook het signaal om op te staan, de wc te bezoeken en een kop koffie te halen. Toen ik terugkwam, was mijn groepje al een flink eind op streek. Ik schoof aan en luisterde naar wat anderen hadden bedacht.

Samenwerken

Ik ben niet zo dol op samenwerkopdrachten. Het lijkt er van een afstandje op dat leerlingen die met elkaar samenwerken hard aan het werk zijn en veel leren, maar dat is vaak schijn. Als ik achterin een klas zit en samenwerking tussen leerlingen zie, dan dwalen mijn gedachten als vanzelf af naar het werk van Graham Nuthall, die in The Hidden Lives of Learners laat zien wat voor complexe vaardigheid samenwerken is. Zo beschrijft hij hoe een groepje leerlingen moet praten over de kenmerken van Antarctica. Ze hebben hierover al uitleg en instructie gekregen. Een jongen in het groepje verkondigt nonsens over neerslag op het continent, maar wordt niet gecorrigeerd door de andere leerlingen in het groepje. En dat terwijl deze leerlingen wel het juiste antwoord kennen en dus weten dat de jongen onzin uitkraamt.

In de klas waar ik observeerde domineerde een wat grotere leerling zijn groepje. Hij rekende een som uit, maar kwam tot een verkeerd antwoord. Nadat hij dit antwoord had gedeeld zag ik iedereen in zijn groepje het antwoord in het daartoe bestemde vakje schrijven. Toen ik naar de antwoorden keek, bleken de wat meer schroomvallige leerlingen een ander antwoord te hebben genoteerd. Dit was het juiste antwoord. Ze hadden, terwijl de jongen hardop dacht, de som zelf uitgerekend. Ze vonden het blijkbaar niet nodig hem te corrigeren of uit te leggen waar hij de mist was ingegaan.

In een ander groepje leken de leerlingen goed met elkaar samen te werken, maar dat was niet zo. De hoofden waren dicht bij elkaar; maar dat was dan ook alles. Een meisje in dat groepje merkte tegen haar buurman op dat hij alleen maar ging samenwerken als de meester keek. Maar de meester keek niet. Hierdoor kon de jongen verder gaan met tekenen in de marge van zijn schrift. Je begrijpt al dat hij een van de leerlingen was die gezwind naar de wc rende toen de opdracht tot samenwerken was gegeven.

Kennis delen

Nuthall beschrijft in zijn boek hoe eenvoudig het is om te voorspellen of leerlingen zich een nieuw aangeleerd concept eigen hebben gemaakt.

We discovered that a student needed to encounter, on at least three different occasions, the complete set of information she or he needed to understand a concept. If the information was incomplete, or not experienced on three different occasions, the students did not learn the concept.

Je bent als leraar dwaas als je een van die drie momenten een samenwerkingsmoment van je leerlingen laat zijn.

Maar dit terzijde.

Terug naar het samenwerken. Nuthalls scherpe blik leert ons dat leerlingen in een klas niet altijd bereid zijn om hun kennis met elkaar te delen. Je kunt je voorstellen dat een leerling in je klas die een concept al kent of goed heeft opgelet tijdens de uitleg, weinig zin heeft om dit te delen met een leerling die minder vlot is of tijdens de uitleg met andere dingen bezig was. Niets menselijks is deze leerlingen vreemd en dat reflecteert zich in hun houding tijdens samenwerkend leren.

Ik vind leerlingen die met elkaar samenwerken over het algemeen geen indicator van leren in een klas. Er zijn wel meer dingen die we leerlingen in de klas laten doen en die een indicatie lijken te geven dat leerlingen ook daadwerkelijk iets leren. Robert Coe noemt deze zaken ‘Poor proxies for learning.’ Je kunt hierbij denken aan leerlingen die hard aan het werk zijn, leerlingen die betrokkenheid en motivatie tonen, leerlingen die aandacht en feedback krijgen of dat het stil en rustig is in de klas.

Als je deze constateringen van Nuthall en Coe combineert, dan begrijp je ook dat Nuthall meende dat je eigenlijk geen afgewogen oordeel kunt geven of een leraar goed les geeft of niet. De indicatoren die op de afvinklijstjes staan die schoolleiders of externen gebruiken om jouw les te beoordelen zijn vaak precies ‘the poor proxies’ die ik hierboven noemde. Bekijk deze lijstjes maar eens kritisch, dan zul je veel van deze punten tegenkomen.

Moeilijke vragen

Als ik op klassenbezoek ga, laat ik de lijstjes thuis. Ik ga weleens zitten in een groep en let dan op de vragen die de leraar stelt. Mij valt op dat leerlingen, zowel in het po als in het vo, nauwelijks echt moeilijke vragen krijgen voorgeschoteld. Een (moeilijke) vraag die ik mezelf hierbij stel is of de wijze waarop wij in het onderwijs instructie en uitleg geven hier niet op aanstuurt. Hier heb ik niet direct een antwoord op. Ik zal daar later dit jaar nog eens op terugkomen.

Soms geef ik zelf een lezing of workshop. Bij de voorbereiding wordt dan regelmatig gevraagd of ik de aanwezigen een actieve rol wil geven. Er moet altijd wel een opdracht inzitten waarmee de aanwezigen aan de slag kunnen. Als de deelnemers aan mijn workshop dan met elkaar overleggen, loop ik even naar het koffieapparaat en denk ik aan Nuthall en aan The Poor Proxies for Learning van Coe. Het is bezigheidstherapie. Meer niet. En daar zijn we in het onderwijs koningen in. Samenwerken is hierop vaak geen uitzondering, maar een bewijs.

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s