Week 8: Stopverf

Stopverf

Onderwijs is een deeltijdwereld. Veel leraren werken niet een volledige week. De redenen zijn uiteenlopend, maar het gevolg is wel dat het vaak moeilijk is om de formatie van een school passend te maken. En soms is dat zo ingewikkeld dat een leraar gevraagd wordt links en rechts wat gaten te vullen.

Ik ben dit schooljaar zo’n leraar. Ik vul de gaten die in de formatie zijn overgebleven. Ik ben, met andere woorden, de stopverf in de schoolorganisatie. Dat is overigens een weloverwogen keuze. Ik heb me bewust weggecijferd om ervoor te zorgen dat andere leraren zoveel mogelijk een eigen groep kunnen krijgen. Maar goed, als ik nu na acht weken onderwijs de balans opmaak, dan ben ik niet erg enthousiast over de keuze die ik heb gemaakt.

Laat me dat uitleggen.

Baantjesverzamelaar

Eigenlijk ben ik sinds de start van de Alan Turingschool nu ruim drie jaar geleden getransformeerd van leraar naar iemand met diverse taken, opdrachten en posities in de schoolorganisatie. Ik ben twee dagen leraar. Ik ben teamleider. Ik ben opleider in school. En ik begeleid buiten onze school nog diverse leraren en ik geef weleens trainingen en lezingen. Het lastige is dat al die dingen leuk zijn. Ik zou geen van deze dingen willen missen. En zeker in combinatie met elkaar zijn deze activiteiten zo fijn. Zo heb ik als teamleider een belangrijke rol in de keuzes over wat we de leerlingen in acht jaar onderwijs aanbieden. Als leraar vind ik het fijn om die inhoudelijke keuzes aan de praktijk van alledag te toetsen. Levert, om een voorbeeld te noemen, ons thematisch onderwijs op wat we voorstaan?

We hebben in school een kwaliteitszorgsysteem waarbij we ons telkens de volgende vragen stellen over de kwaliteit van ons onderwijs:

  • Doen we de goede dingen?
  • Doen we de goede dingen goed?
  • Vinden anderen dat ook?
  • Hoe weten we dat?
  • Wat doen we met die wetenschap?

Kennis vanuit de groep, dus van de leraar en de leerlingen, helpt om het onderwijs te verbeteren. En hoewel ik met mijn andere bezigheden genoeg te doen heb in de vier dagen die ik werk, kan ik me niet voorstellen dat ik de klas zou verlaten. Ik krijg uit de praktijk veel feedback over wat we als school voorstaan. Maar vergeet ook niet dat ik lesgeven nu eenmaal erg fijn vind om te doen en het contact met ‘jongelui’ (zoals mijn oud-collega Fred zijn leerlingen altijd aansprak) kleurt mijn dag. En bij dat laatste punt zit nu de pijn.

Ik heb geen eigen groep. Ik sta een dag per week voor groep 5 en alternerend op woensdag voor groep 4 en groep 5. Mijn contact met de leerlingen is daardoor toch beperkt. Zo heb ik moeite, en de leeftijd zal daar wellicht ook een rol bij spelen, om me de namen van de leerlingen van groep 4 eigen te maken. Ik loop dan ook weleens groep 4 binnen om te kijken of ik alle namen ondertussen ken. Het eerlijke antwoord is: nee.

In groep 5 ervaar ik een ander probleem. Ik draai de groep op donderdag en om de week  op woensdag, maar ik heb als leraar weinig mogelijkheden om inhoudelijk iets op te bouwen. Met andere woorden, als ik op donderdag een thematische les geef en door de interactie met de groep tot ideeën kom over een vervolgles, dan heb ik weinig mogelijkheden om deze uit te voeren. Kort gezegd dreigt het gevaar dat ik een lesboer word. Daar waak ik voor door met mijn collega’s afspraken te maken over de ruimte die ik heb om eigen keuzes te maken, maar het wringt soms toch.

Juffrouw Witvliet

In mijn jeugd was deeltijdwerken onder leraren een onbekend verschijnsel. Ik kan vanaf de eerste klas (de huidige groep 3) zo opsommen welke leraren ik had: Commandeur, Hazewinkel, Van Empel, Gerrits, Lohning en Heethuis. De laatste was ook het hoofd der school en had vanuit die functie op twee middagen in de week tijd om andere taken uit te voeren. Hij werd dan vervangen door juffrouw Witvliet. Met haar hadden we geen band. Sterker nog, we hadden een hekel aan haar. Haar stijl was sober, afstandelijk en regelmatig bits. Achteraf begrijp ik waarom ze vaak reageerde zoals ze reageerde. De klas stond naar de hand van Heethuis en zij kon in de vier uur per week dat ze ons lesgaf niet of nauwelijks een band opbouwen. De uren met haar kropen voorbij en zeer regelmatig stond ik in het kamertje van het hoofd, omdat ze mij de klas had uitgestuurd.

Nu zijn er in scholen de nodige juffen Witvliet. Ze doen hier en daar een groep. Ze zijn de stopverf in de schoolorganisatie. Ze zijn, gezien het aantal leraren dat in deeltijd werkt, onmisbaar. Maar missen ze niet het ritme van een eigen groep?

Na acht weken in groep 4 en groep 5 beantwoord ik die vraag met ja. Maar goed, we zijn nog maar net begonnen…

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s