Week 6: De inspectie

Klassenbezoeken

De leerlingen op onze school kijken er niet van op als er achterin de klas een batterij aan mensen kijkt naar een les die aan hen wordt gegeven. Laatst nog gaf ik een les over vikingschepen aan groep 7. Er zaten ongeveer 15 mensen in de klas te kijken naar wat die leerlingen leerden.

Die gewenning zie je niet alleen bij de leerlingen, maar ook bij onze leraren. Ook zij zijn eraan gewend dat er leraren van andere scholen in de klas komen kijken naar wat zij doen. Dat is een proces van enkele jaren geweest. Weinig leraren zijn er op voorhand van overtuigd dat wat zij doen interessant genoeg is voor anderen om naar te komen kijken. Bovendien voelt zo’n bezoek toch vaak als een beoordeling, terwijl dit niet zo is. Maar hier geldt dat de vanzelfsprekendheid van een bezoek aan de klas meehelpt om het zelfbewustzijn van de leraar te ontwikkelen.

Ik kom veel in klassen. Bij ons staan de deuren open en ik kan op dagen dat ik ambulant ben mijn laptop pakken, een klas binnenwandelen, achterin gaan zitten en kijken naar wat de leraar en de leerlingen doen. Daar maak ik dan een kort verslag van. Als ik zo’n bezoek nabespreek, dan gaat het gesprek meestal over de keuzes die de leraar heeft gemaakt. Ik ben, denk ik weleens, primair geïnteresseerd in de afwegingen die een leraar tijdens een les maakt. Dat komt omdat ik weet dat je als leraar voortdurend kleine en grote beslissingen neemt. Neem nu een les waarbij de leraar rekeninstructie geeft. Een methodiek als bijvoorbeeld EDI is een mooi instrument om aan zo’n instructie vorm te geven, maar de methodiek is nooit een doel op zich. Dus als ik in de klas zit en zie dat een leraar een fase uit dat model overslaat of een andere inkort, dan veer ik op en kijk ik of ik begrijp waarom mijn collega die keuze maakt. Gesprekken over die keuzes zijn erg fijn om te voeren, omdat het je dichter brengt bij de kern van het vakmanschap van de leraar. Je probeert samen om wat vaak impliciete kennis is te expliciteren. En dan gaat het het niet alleen om de kennis van mijn collega, maar ook om die van mezelf. Achterin klassen zitten en lessen observeren en er daarna over praten vind ik ook enorm leerzaam voor mijn eigen lespraktijk.

Je zou kunnen zeggen dat de bezoeken die ik afleg waarderend zijn. Dat geldt ook voor de bezoeken die andere collega’s afleggen. Een beoordeling is van ondergeschikt belang. Ja, soms moet een leraar stappen zetten, maar door de bank genomen zijn deze bezoeken voldoende om elkaar te helpen bij de professionele ontwikkeling.

Maar goed, dan komt de inspectie.

Hoogspanning

En die inspectie kwam vandaag op onze school om ons te beoordelen. We zijn amper drie jaar onderweg, maar we vonden het eigenlijk wel tijd om op te gaan voor de beoordeling goed. We denken namelijk dat een aantal belangrijke aspecten van ons onderwijs, van didactisch handelen tot en met het aanbod, goed op orde zijn. Die opvatting is voor een deel gebaseerd op de bezoeken die we afleggen. We zien in de klassen terug wat we gezamenlijk als visie hebben uitgedacht en uitgezet. Maar goed, wij kunnen van alles vinden; het is de inspectie die het uiteindelijk in dat opzicht voor het zeggen heeft. En daarom werden vandaag zes van de negen groepen bezocht om aldaar bij een les te zitten. Zoals gezegd: een minister kan simpelweg klassen in en uit lopen, een wethouder wordt vrolijk uitgenodigd om aan te schuiven in de veelal te kleine bankjes en studenten en docenten van pabo’s en universiteiten mogen grasduinen in de groepen zoveel als ze willen; maar een inspecteur… Tja, dat is toch echt iets heel anders.

En dat snap ik. Hoewel je geen terugkoppeling krijgt van je les – het gaat immers om het algemene beeld – daar voel je toch als leraar dat zo’n bezoek een beoordeling bevat over jouw kwaliteit als leraar. En dat levert spanning op. Heel veel spanning.

En die spanning kon je vandaag heel goed voelen in school. Ook – en misschien wel vooral – aan enkele leerlingen. Die hebben een antenne voor zulke spanning en vertonen vervolgens gedrag dat je al een aantal jaren niet meer hebt gezien. Ik vond dat eigenlijk wel mooi om te ervaren. Het klinkt gek, maar je merkt hoe belangrijk het is dat leraren zich prettig voelen en welke invloed dit welbevinden heeft op de leerlingen. Het storende gedrag van enkele leerlingen – het waren er vier van de honderdtachtig – zegt feitelijk heel veel over wat we de afgelopen jaren hebben bereikt. Eigenlijk zijn onze leraren dag in, dag uit vrij ontspannen als ze voor de klas staan. En die afwezigheid van al te veel spanning beïnvloedt op zeer positieve wijze het gedrag van leerlingen.

Dat vond ik, naast het oordeel van de inspectie dat het onderwijs op de Alan Turingschool goed is, een prachtige indicator inzake de weg die we drie jaar geleden zijn ingeslagen. Zeker als je weet dat onze school staat in een wijk waar je de spanning met enige regelmaat uit de lucht kunt plukken. We zijn, zo werd duidelijk, een baken van rust in een omgeving die regelmatig wordt opgeschud door ernstig geweld. Toen ik me dat vandaag weer eens realiseerde, werd ik emotioneel.

Maar goed, dat kan natuurlijk ook van de spanning zijn…

 

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s