Week 4: Herhalen

Vliegende kopjes

Elk schooljaar til ik wel een stoel op die ik vervolgens rustig laat balanceren op mijn kin. Ik doe dat altijd als de leerlingen rustig aan het werk zijn, maar waarbij ik als leraar aanvoel dat het moment van onrust nadert. Als ik even de stilte breek, dan kunnen mijn leerlingen daarna weer vrolijk verder.

Althans, dat denk ik.

Dat balanceren van zo’n stoel op mijn kin is voor mij niet zo moeilijk, want mijn onderkaak is gemaakt voor dit soort strapatsen. Als ik met zo’n stoel op mijn kin voor de klas sta, dan ontvang ik van de leerlingen meestal wel een bescheiden applausje. Als de stilte is weergekeerd, is het voor mij het moment om te vertellen hoe ik ruim 30 jaar geleden mijn geld verdiende als acrobaat in het circus. Ik plaatste, zo vertel ik mijn leerlingen, een metalen buis van 2,5 meter op mijn kin. Op het uiteinde van die buis zat mijn broer, veel kleiner en veel lichter in gewicht dan ik, die vanuit de hoogte zwaaide naar het publiek. Het was een van de vele acrobatische trucs die mijn broer en ik op ons repertoire hadden staan.

Een andere truc in mijn repertoire is die van het niet-gegooide kopje. In mijn linkerhand houd ik een leeg koffiekopje vast, terwijl ik met mijn rechterhand een leerling aanwijs die het kopje gaat koppen. Het zijn immers de lokale koffiekopjeskopkampioenschappen en de winnaar van vorig jaar heeft ondertussen onze school verlaten. Met een klein deukje in het voorhoofd. Dat wel. Ik tel af en slinger als een ervaren pitcher het kopje richting het hoofd van de leerling. Nou ja, ik maak de beweging. Het kopje verlaat wel mijn hand, maar beweegt zich verticaal richting het plafond van de klas; de leerling komt met de schrik vrij.

Hoe doet u dat, meester?

Altijd dezelfde vraag.

Oefenen

Het antwoord is heel eenvoudig.: door veel en vaak te oefenen. Ik heb dat als kind eindeloos gedaan. Neem nu jongleren. Je wordt niet op een dag wakker met magische handen die jongleerballetjes soepeltjes omhoog gooien en weer opvangen. Jongleren leer je stapsgewijs. Eerst met één bal, dan twee en als dat eenmaal goed gaat, pak je er een derde bij. Na de derde ben ik overigens gestopt. Dat trucje met het kopje fascineerde me veel meer.

In de eerste weken is er, naast de momenten van de stoel op de kin en het koffiekopjeskoppen, ook een ogenblik waarin ik als leraar uitleg wat het belang van oefening en herhaling is. Ik ken bijna geen volwassene die niet onderschat hoeveel en hoevaak hij of zij heeft moeten oefenen om iets onder de knie te krijgen. De weg naar de beheersing is lang en lastig, maar het meeste van die reis vergeten we. Onderwijs bestaat voor een groot deel uit oefenen en herhalen. John Medina schreef in een van zijn boeken over het belang van herhalen en het inplannen van tijd om dit te doen: Repeat to remember and remember to repeat.

Oefenen is niet sexy. Oefenen is hard werken en stug volhouden. Neem nu de tafels van vermenigvuldiging en van delen. Die krijg je alleen maar onder de knie door ze veel en vaak te oefenen en door dat oefenen te herhalen. Hoe je het doet, dat doet er minder toe dan dat je het doet. Ik zat in het begin van de jaren ’70 van de vorige eeuw in een grote klas. Bij juffrouw Hazewinkel en meester Van Empel werden de tafels gestampt. Klassikaal. Allemaal tegelijk en lekker luid. Heerlijk vond ik dat. Na het avondeten herhaalde mijn moeder de tafels met mij tijdens het afwassen. We hadden geen afwasmachine en tijdens het drogen van de borden ramde mijn moeder er nog snel een paar tafels doorheen. Ook klokkijken oefenden wij tijdens het afwassen. Ik heb van dat oefenen veel profijt gehad. Dat houd ik mijn leerlingen voor. Leuk was het lang niet altijd, maar het hielp wel.

Staten en hoofdsteden

Er zijn tal van redenen om zaken uit je hoofd te leren. Een daarvan is dat het leuk is om veel te weten. Zo hadden D. en ik afgesproken om van alle Amerikaanse staten de naam en de hoofdstad te leren. Hij zat bij mij in groep 7 en later in groep 8 en was zo dyslectisch dat hij zijn eigen naam zelfs fout schreef. Maar hij had net als ik een grote belangstelling voor nutteloze kennis. We overhoorden elkaar stiekem als de andere leerlingen over hun taken gebogen zaten. Hij schuifelde langs mijn tafel en zei dan “Idaho.” Waarop ik dan antwoordde: “Boise.” Of ik zei “Austin” waarop hij de naam van de Lone Star State vlekkeloos oplepelde.

Maar goed, dat zijn leuke spelletjes. Er zijn natuurlijk andere redenen waarom we leerlingen kennis van binnen en buiten willen laten leren. Als je de tafels kent, dan komt die kennis je goed van pas als je een complexe som moet oplossen. Als je weet dat het land Zuid-Afrika op het zuidelijk halfrond ligt, dan kun je die kennis gebruiken om te begrijpen dat het daar nu – september 2019 – voorjaar wordt. Je hebt kennis nodig om relaties te kunnen leggen en om ontwikkelingen te begrijpen, om maar iets te noemen. Als je weinig hebt opgeslagen in je langetermijngeheugen dan kan alles een verrassing zijn, denk ik weleens.

Misconcepties

740aa1f79bac5ebb964fafee778e4d88En vergeet niet dat wij als leraren dagelijks te maken hebben met misconcepties bij onze leerlingen. Die misconcepties moeten we wegpoetsen en daar is kennis voor nodig; kennis die beklijft. Een voorbeeld: Afrika. De misconcepties bij leerlingen over dit immense werelddeel zijn legio. Zo denken veel leerlingen dat Afrika een land is, dat Afrika één klimaat heeft (‘Tropisch, meester’), dat de begroeiing derhalve overal eender is en dat alle mensen daar arm zijn en worden belaagd door wilde dieren.

Wie wel eens een tijdje heeft lesgegeven weet dat het tijd en inspanning kost om de juiste kennis bij leerlingen aan te brengen. Als je eenmaal weet hoe groot Afrika is – daar hebben veel leerlingen geen enkel benul van – dan kun je langzaam leren begrijpen dat dit werelddeel een enorme diversiteit herbergt. En vergeet ook niet dat je bij de uitleg over die diversiteit dingen uitlegt die tegen de intuïtie van leerlingen ingaat. Zo vertelde ik dat ik vorige zomervakantie in Zuid-Afrika was. Ik sloot mijn vakantie aldaar af in de Drakensbergen. Daar lag sneeuw en ik maakte met handschoenen en een dikke jas aan een prachtige wandeling door ruig landschap. Dat het op het zuidelijk halfrond winter is als het bij ons zomer is, is iets wat leerlingen maar lastig begrijpen en onthouden. We moeten die kennis over Afrika herhalen en later verdiepen om de strijd met de misconcepties te winnen.

Valkuilen

Ik denk weleens dat we te lichtvaardig denken over oefenen. Het geldt wellicht minder voor rekenen of spelling, maar zeker voor wat we de zaakvakken noemen gaan we er te gemakkelijk van uit dat wat is verteld of gelezen ook wordt onthouden. Dat is niet zo. Ik kan hier een eindeloze rij onderzoeken en grafieken aanhalen en je meenemen in het werk van Ebbinghaus, maar je hebt als student op de pabo iets geleerd over ordinale en kardinale getallen. Leg maar uit.

Een niet geringe valkuil bij het aanleren en inoefenen van die kennis en vaardigheden is de overtuiging dat het sommige leerlingen nu eenmaal niet is gegeven om, bijvoorbeeld, goed te leren lezen of de grammatica van onze taal van buiten te leren kennen. Ik zat als leerling in de zesde klas precies in het midden van de klas. Vooraan zaten de leerlingen die naar havo en vwo gingen. Achterin zaten de leerlingen die uitstroomden naar lts en huishoudschool. Ik ging naar de mavo. Daar was en is niets mis mee, maar het was wel zo dat de leerlingen op de achterste rijen minder aandacht en minder lesstof kregen. Grammatica kregen ze niet. Mijn beste vriend Erik, advies LTS, hoefde zich nooit te buigen over de bijwoordelijke bepaling, om maar iets te noemen. Die mocht als wij zinnen ontleedden tekenen.

De valkuil van het laten voor wat het is, hangt dagelijks boven het onderwijs. Dat is menselijk hoor, daar gaat het niet om. Maar het is wel fijn als je in de smiezen hebt dat je in die valkuil kunt trappen. Ik zie veel heil in veel en doelgericht oefenen. Dat geldt voor alle vakken, maar lezen nog het meest. Ik denk dat laaggeletterdheid onder meer wordt veroorzaakt door te weinig tijd en aandacht voor lezen. Als je als school toch differentieert, dan vooral in tijd. Er zijn leerlingen die gewoonweg meer tijd nodig hebben om goede lezers te worden. Je intervenieert vroeg, verlengt de leertijd en houdt in de smiezen of de ontwikkeling op gang komt. Dit zou, samen met goede instructie van vakbekwame leraren, echt kunnen helpen om de laaggeletterdheid te bestrijden.

Laat ik tot slot van deze week teruggaan naar mijn moeder en het afwassen. Ik kreeg van mijn moeder verlengde leertijd. Zij zorgde er mede voor dat wat moest beklijven ook echt een vaste plek kreeg in mijn geheugen. Ik ben haar daar nog steeds dankbaar voor. Maar in de kern blijft het oefenen en het herhalen een taak van school. Het succes van alle bijlesbureautjes zit ‘m niet in een vooruitstrevende didactiek of unieke aanpak, maar in de verlengde leertijd. En die kan en moet jij als leraar ook kunnen bieden.

Dus zet de volgende uitspraak op repeat: repeat to remember and remember tot repeat.

 

 

 

 

 

 

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s