Week 1: Mathilda, een nijlpaard en gekookte ooievaars.

Na de vakantie

Ik stond vanmorgen op het schoolplein om de leerlingen en hun ouders te verwelkomen na zes weken zomervakantie. Ik zag een aantal nieuwe leerlingen met hun ouders de school binnenlopen, op weg naar hun nieuwe klas. Voor bijna iedereen op school is alles bij het oude gebleven. Er is in de zomer verbouwd, dat wel. Op de bovenverdieping zijn nieuwe plafonds gemonteerd en zijn er nieuwe vloeren gelegd. Ook zijn de wc’s vervangen. Beneden in de hal is meubilair geplaatst voor de naschoolse opvang en daar staan ook nieuwe boekenkasten. Maar in die kasten staan de oude, vertrouwde boeken. Ik heb de boekenkast vorige week ingeruimd en boeken over Vos en Haas, Harry Potter en Mathilda een nieuwe plek gegeven. En ja, de meeste leerlingen krijgen vandaag les van een andere leraar dan vorig jaar, maar dat is het wel zo’n beetje. Ze zijn een groep opgeschoven, maar er zijn geen leraren vertrokken laat staan nieuwe gekomen. Op een paar nieuwe leerlingen na, is eigenlijk alles bij het oude gebleven.

Terwijl een nieuwe leerling van groep 7 langsloopt, denk ik aan Mathilda, het boek dat ik vorige week in mijn handen had. Stel je eens voor dat de vader van die jongen naar mij toe zou zijn gelopen om te zeggen wat meneer Wurmhout over zijn dochter meldde aan juffrouw Bulstronk:

Hij vertelde me (..) dat het dochtertje van hem niet deugt. Hij zei dat we haar goed in de gaten moeten houden. Hij zei dat als er iets gebeurde op school, we ervan op aan konden dat zijn dochter erachter zat. Ik heb het kleine loeder nog niet gezien, maar als ik dat doe kan ze haar lol op. Volgens haar vader is het een stuk ongeluk.

Bulstronk staat symbool voor het onmenselijke in het onderwijs. Als we Mathilda lezen, dan weten we natuurlijk dat zo’n type als Bulstronk niet bestaat. Een leraar die zo met leerlingen omgaat staat nooit langs voor de klas; een directeur die kinderen knevelt wordt ontslagen. Wij zijn als leraar geen Bulstronk. Maar de beelden die bij de brute Bulstronk horen, spoken ’s nachts wel door ons hoofd. Ik heb eens een droom gehad waarin ik een brutale leerling de voorzetsels uitlegde. Ik greep ‘m bij zijn haren en sloeg hem met zijn hoofd op de tafel, onder de tafel, naast de tafel, etc. Die droom had ik in mijn eerste jaar als leraar. Vanmorgen vertelden leraren elkaar welke dromen hen vannacht hadden wakker geschud. De kern van zo’n droom is eigenlijk altijd hetzelfde: De klas komt in opstand en houdt zich niet aan de regels en afspraken die zo vanzelfsprekend lijken te zijn. De leraar heeft geen overwicht, verliest de grip op de groep en wordt badend in het zweet wakker. Veel leraren dromen in de nacht van de laatste vakantiedag dit soort dromen, of ze draaien urenlang in hun bed rond zich afvragend of ze ‘het nog wel kunnen.’ Ze vragen zich af of de ritmes en routines van het lesgeven niet spoorslags zijn verdwenen en of het allemaal nog wel lukt.

Ik liep net een rondje door school en zag direct de oude, vertrouwde ritmes en routines van ons lesgeven terug. Ook in dat opzicht is er niets veranderd.

Een wekelijks blog

Ik zal dit schooljaar mijn blog gebruiken om je wekelijks te vertellen over de school waar ik werk. Er wordt vaak in abstracto over ons vak gesproken. Dat is begrijpelijk, want veel van de mensen die over het onderwijs praten staan op afstand van wat er in een school of in de klas gebeurt. Ze hebben wellicht een idee over onderwijs, maar een scherp beeld van de werkelijkheid ontbreekt.  Ik heb me voorgenomen om een jaar lang te delen wat er op een school gebeurt, hoe ik lesgeef en welke keuzes ik hierbij maak. Ik neem je mee mijn klas in, leid je langs overleggen, bezoeken en bijeenkomsten. Kortom, ik laat je het nodige zien van mijn veelzijdige beroep. Er zijn veel mensen die zeggen dat lesgeven het mooiste beroep ter wereld is. Deze mensen staan vaak zelf niet voor de klas, let daar maar eens op. Ik ga niet zeggen dat lesgeven het mooiste beroep is. Ik laat zien wat ik, als leraar en teamleider, doe. En misschien denk je na het lezen dat het inderdaad zo is, dat leraar het mooiste beroep ter wereld is.

Alan Turing

De school waar ik werk, staat op een van de Oostelijke Eilanden van Amsterdam. De school bestaat drie jaar en is vernoemd naar de Britse wiskundige Alan Turing. Turing voorspelde dat er aan het begin van deze eeuw zulke krachtige computers zouden zijn, dat het onmogelijk zou worden om te zeggen met wie je communiceert, een mens of een machine. Turing kreeg met deze voorspelling, die de Turing-test genoemd wordt, gelijk. Als je achter een beeldscherm gaat zitten en contact hebt met een ‘ander’, dan kom je er niet achter wie of wat die ‘ander’ is. Een bekend voorbeeld is dat van een Amerikaanse hoogleraar. Hij laat de helft van zijn mail beantwoorden door de computer; zijn studenten hebben niets in de gaten, die denken in rechtstreeks contact met hun professor te staan. Voor onze school betekent de Turing-test niet dat we computers en andere technologie vrij baan moeten geven in het onderwijs, maar dat we met elkaar moeten nadenken over de vraag wat ons menselijk maakt. Die zoektocht komt in ons thematisch onderwijs nadrukkelijk aan bod. En wat we verder doen is de basis stevig inoefenen. We vinden het als school erg belangrijk dat leerlingen goed leren lezen en rekenen. Het genie van Turing is tot wasdom gekomen omdat hij op school een goede basis heeft meegekregen. Ik zal in de loop van het jaar nog wel meer over Turing vertellen en zijn invloed op onze keuzes, maar de diepe menselijkheid die zijn leven en werk uitstralen, zijn voor mij persoonlijk een inspiratiebron.

Struikelen over een nijlpaard

Ik was enkele jaren geleden in Zuid-Afrika. We trokken in een grote truck door het land op zoek naar wilde dieren, ruige natuur en rust. Onderweg kwamen we langs St. Lucia, waar hoge golven het strand aan stukken proberen te slaan. St. Lucia doet denken aan een badplaats als De Koog op Texel. Ik heb lang op Texel gewoond en mijn vriendjes en ik meden in het zomerseizoen deze plaats. Er liepen daar dan meer toeristen dan lokalen rond en dat vonden wij vreemd. Dat is in St. Lucia niet anders. Nou ja, behalve dat je daar ook nog nijlpaarden hebt. Overdag liggen ze in het water en vallen ze naar je uit als je met je bootje te dichtbij komt. ’s Avonds struinen ze door het plaatsje, op zoek naar sappig gras. Als je ze voor de voeten loopt, dan ben je al snel het haasje.

crocodile-centre-23

Mijn collega’s van de groepen 4 en 5 vroegen of ik met hun leerlingen een gedicht van Edward van de Vendel wilde lezen. In zijn gedicht geeft Van de Vendel je adviezen als je over een nijlpaard struikelt. Sorry zeggen en je dan volvreten, zodat je ‘m terug kunt laten duikelen. Daar komt het kort gezegd op neer. Het is een prachtig gedicht, waarin Van de Vendel eigen woorden toevoegt aan onze taal. Maar ik blijf maar denken aan het bord in de parken van St. Lucia en aan het hoge hek dat rond mijn hotel stond om de nijlpaarden buiten te houden. En ons binnen.

Bij het lezen van gedichten laat ik me leiden door een eenvoudige didactiek. In het Angelsaksische onderwijs is poëzieonderwijs een vanzelfsprekendheid. Binnen deze aanpak worden gedichten gezamenlijk gelezen, waarna de leerlingen met elkaar over het gedicht praten en als reactie een eigen gedicht schrijven. Dat gesprek is niet gericht op de structuur of de opbouw van het gedicht, maar gaat veel meer over het gevoel dat het gedicht teweegbrengt bij de lezer. In dit geval sprak ik met de leerlingen wat ze zouden doen als ze op een nijlpaard zouden botsen. LL zou sorry zeggen en vervolgens heel stil wegsluipen. Ik liet het haar voordoen. Ze had prachtige nieuwe schoenen aan. Schoenen met onder de hak een wieltje en aan de zijkant lichtjes die bij elke stap fel oplichtten. Heel handig in het donker.

Ik vroeg de leerlingen tijdens een van de lezingen van het gedicht hun ogen te sluiten. Wat zagen ze toen ik het gedicht voorlas? K. zag wolven die elkaar te lijf gingen. Hij vertelde er beeldend over. H zag, zo zei hij, niets. Ik durf te wedden dat dit in de loop van dit schooljaar nog wel verandert. Dat is niet alleen de ervaring van auteurs die ik bij mijn poëzieonderwijs volg, maar ook van mezelf. Sommige leerlingen moeten een drempel over als het gaat om expressie of het schrijven van teksten. Dat komt meestal wel goed. Het is een kwestie van geduld en vertrouwen.

In groep 4 schreven we samen een gedicht ‘terug’ aan Van de Vendel. Het werd een rondeel. Ik heb de structuur gekozen; de zinnen zijn van de leerlingen:

Als ik over een nijlpaard struikel

Dan zou ik hard naar het park rennen,

gras plukken en dat aan hem geven.

Ik zou dan stiekem op zijn rug rijden.

Ik zou hard naar het park rennen

En dan rent hij achter me aan.

Daarna zou ik stiekem weglopen en sorry zeggen

Ik zou hard naar het park rennen,

gras plukken en dat aan hem geven.

Eraf

De leerlingen van groep 5 keken me verbaasd aan toen ik zei dat de rekenles eigenlijk een taalles was. Sommen zijn niet altijd ‘gewoon’ maar sommen. Je moet ze weleens vinden in een verhaal. Kinderen knikkeren met elkaar, winnen en verliezen. In een competitie heeft team A 65 punten en team B 48. Hoe groot is het verschil op de ranglijst?

Voor veel leerlingen is het vinden van de som in het verhaal lastig. Even een klein zijstapje. Tijdens een les technisch lezen merkte ik dat een aantal leerlingen het begrip korting niet kent. Dat iets in de aanbieding is en dat je derhalve korting krijgt is ze niet bekend. Je kunt je soms maar moeilijk voorstellen hoe taalarm de omgeving is waarin sommige leerlingen van onze school opgroeien. Er zijn ouders die niet alleen de Nederlandse taal slecht beheersen, maar ook hun moedertaal. Ze hebben de rijkdom aan taaluitingen eenvoudigweg niet meegekregen. In de wijk waarin onze school staat wonen genoeg volwassenen die onvoldoende kunnen lezen. Het risico is reëel dat hun kinderen, veelal onze leerlingen, laaggeletterd zullen worden. Een groot deel van onze onderwijstijd gaat dan ook op om leerlingen veel, heel veel over onze taal te leren. Ik leg geduldig het woord korting uit. In de loop van de dag laat ik het woord nog enkele keren langskomen.

Fijn is wel, dat wanneer de leerlingen de ‘taalklip’ voorbij zijn, de sommen vlekkeloos worden gemaakt. Onze leerlingen reken sommen als 65 – 48 cijferend uit. De meeste rekenmethodes staan de rijgmethode voor. Die vinden wij weinig effectief. Er is geen leerling in groep 5 die de som op de cijferende manier niet goed uitrekent. Ze weten hoe ze de som stap voor stap voor moeten aanpakken en werken bovendien heel netjes. I., die bij me zit voor verlengde instructie, rekent dit soort sommen ook foutloos uit. Soms rekent ze op haar vingers. Dat doet ze vooral als ze over het tiental heen moet rekenen. De sommen kosten haar moeite, dan voelen we allebei, maar het lukt. Met een glimlach nemen we afscheid.

Ik vind het belangrijk dat leerlingen uit hun hoofd weten dat 15 – 8 als antwoord 7 heeft. Dit soort sommen kun je oefenen. Zowel op school als thuis. Eindeloos. En als je de sommen tot twintig in je geheugen hebt geprent, samen met de tafels, dan gaat het rekenen vlotter en beter.

Sprookjes

Het eerste thema van dit schooljaar is migratie. In de bovenbouw wordt gekeken naar patronen van menselijke migratie; in de middenbouw gaat het over dieren. Met groep 5 lees ik het sprookje Ooievaars van Hans-Christian Andersen. Mijn dikke verzamelbundel staat in een kast op school. Daar staan alle sprookjes van hem in. Er zijn hervertellingen, onder meer een prachtige door Thé Tjong King, maar daarin ontbreekt dit favoriete sprookje eigenlijk altijd. Het is eind augustus en dat betekent dat de Nederlandse ooievaars zich opmaken voor hun tocht naar Mali, dat ruim 6600 km zuidelijker ligt. Tijd voor mij om Ooievaars te lezen.

Het sprookje van Andersen is prachtig en angstaanjagend. Het gaat zo.

In een nest zitten vier jonge ooievaars. Hun leven is vol angst. Vooral omdat de kinderen in het dorp  – op één na – een hatelijk liedje zingen als ze de ooievaars zien. Dat liedje gaat in een van de oudste Nederlandse vertalingen zo:

Ooievaar, lepelaar!
Vlieg naar huis en haast je maar!
Je vrouw die zit in ’t nest alléén
Je vrouw die zit in ’t nest alléén
Met vier jongen om haar heên.
De eerste wordt gevangen,
De eerste wordt gevangen,
De tweede wordt gehangen,
De derde doodgestoken
Den vierde zullen wij koken.
ande030spro08ill0075En dan worden de jongen ook nog eens door hun ouders achter de broek gezeten. Als ze niet goed kunnen vliegen tijdens de grote manoeuvres voorafgaand aan de trek, dan zal de generaal ze met zijn scherpe snavel doden.
Wraak houdt de jongen op de been en in de lucht. Ze slagen met glans (een tien en een slangetje en een kikker) voor hun proef en nemen, met behulp van hun moeder, wraak op de jongetjes die hen zo’n grote angst hebben aangejaagd. Een klein jongetje is ermee begonnen. Hij verdient de grootste straf:

 

‘Nu zullen wij wraak nemen!’ zeiden ze.

‘Ja, zeker!’ zei de ooiemoeder, ‘ik heb iets uitgedacht, dat het allerbeste is wat wij doen kunnen! Ik weet waar de vijver is, waar al de kleine kinderen liggen tot de ooievaar ze haalt en bij de ouders brengt. De lieve kleine kindertjes slapen, en droomen zóó heerlijk als zij later nooit meer zullen droomen. Alle ouders willen graag zoo’n kindje hebben, en alle kinderen hebben graag een broêrtje of zusje. Nu zullen wij naar den vijver vliegen en er een meêbrengen voor al de kinderen, die niet dien leelijken deun hebben gezongen en de ooievaars voor den gek hebben gehouden, want die kinderen krijgen niets.’

‘Maar die akelige, leelijke jongen, die met zingen is begonnen!’ schreeuwden de jonge ooievaars, ‘wat zullen we dáár meê doen?’

‘Er ligt in den vijver een klein, dood kindje, dat zich dood gedroomd heeft, dat zullen wij hem brengen, dan moet hij huilen, omdat wij hem een dood broêrtje gebracht hebben; maar dien goeden jongen, dien heb jelui toch niet vergeten, die gezegd heeft, dat het gemeen was om dieren te plagen? Dien zullen wij een broêrtje en een zusje brengen, en omdat die jongen Peter heet, zul jelui ook allemaal Peter genoemd worden!’

Na afloop van dit sprookje was het stil in de klas. Jezelf dood dromen is een sterk beeld. Geloof me maar.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s