Een dijkdoorbraak?

De column van Naomi Smits in Trouw, getiteld Een dijk van een leerkracht, gaat over een vriendin van Smits die leraar is en al zuchtend, steunend en vol emotie vertelt dat ze het onderwijs gaat verlaten. De reden van vertrek is een optelsom, met als denkbeeldige druppel het gedrag van ouders richting de leraar. Deze ouders gaan door roeien en ruiten voor hun kinderen en verwachten te veel van de leraar. De vriendin van Naomi Smits verzucht dat ze weer eens gewoon zou willen lesgeven. Waarna ze, na het systeem de schuld te hebben gegeven, eindigt met de opmerking dat – hoewel ze met lesgeven stopt – het onderwijs zal gaan missen.

De column wordt op Twitter alom gedeeld en ‘geliket’ (afschuwelijk woord, sorry). Volgens Smits is dit verhaal illustratief. Ze schrijft op Twitter: “De één na de ander gooit de handdoek in de ring. Dat is niet alleen ontzettend jammer, maar als je de reden hoort ook niet gek.”

Ik denk dat op dit citaat van Smits het nodige is af te dingen. Als eerste denk ik dat het te stellig is om te zeggen dat de ene na de ander leraar het onderwijs verlaat door de redenen die Smits’ vriendin opsomt. Het zal ongetwijfeld voorkomen, maar er zijn andere redenen bepalender voor uitstroom en het lerarentekort. In juni 2018 publiceerde het CBS een kort rapport met statistische trends in het basisonderwijs. Enkele gegevens. Er is sprake van vergrijzing in het onderwijs. 50% van de mannelijke leraren is ouder dan 55 jaar; bij de vrouwen ligt dit rond de 20%. De instroom in het basisonderwijs bestaat voor het grootste deel uit vrouwen, die in toenemende mate het werk in deeltijd doen. In 2003 had 40 % van de leraren een voltijdbaan, nu is dit nog 30 %. De mensen die in het onderwijs van baan wisselen, ongeveer 6% van de leraren in een tijdsperiode van drie jaar, wisselt van baan binnen het onderwijs. De vriendin van Naomi is met andere woorden eerder een uitzondering dan een voorbeeld van een trend.

Verder geeft het citaat iets weer, waar ik me als leraar enorm over kan opwinden. De redenen die worden opgenoemd raken bij de gemiddelde leraar ongetwijfeld een emotionele snaar, maar er zit ook een attitude achter die ik afkeurenswaardig vind. Ik zal zeggen hoe het op me overkomt, waarbij ik hoop dat ik ongelijk heb. De houding van de in de column beschreven vertrekkende leraar getuigt mijns inziens van aangeleerde hulpeloosheid – nogmaals, ik hoop dat ik ongelijk heb. Je ziet een leraar voor je die verslagen, met de pootjes omhoog, amechtig probeert om ook nog eens het hoofd in de schoot te leggen. Ik zou haast willen zeggen: Zo gemakkelijk kom je er niet vanaf.

In de column staan uitspraken die er in het onderwijs ingaan als zoete koek, maar eigenlijk onjuist zijn. Een voorbeeld. Er moet in het onderwijs in het geheel niet zoveel zoals wordt beweerd. Het zou helpen als leraren zich daarover eens op de hoogte zouden stellen en dat zouden leggen naast de activiteiten die ze worden opgelegd óf zichzelf opleggen. Als je als leraar geen idee hebt over wat moet en wat mag, zul je ook geen grip krijgen op zaken als werkdruk. Ik vind het een wezenlijk onderdeel van je professionaliteit dat je hiervan op de hoogte bent. Als je dat niet bent, ben je een speelbal van anderen en kom je terecht in situaties die voorkomen hadden kunnen worden.

De passage in de column over passend onderwijs is een tweede voorbeeld van een mijns inziens onjuiste opvatting. Als je als school kiest voor een uniforme aanpak, bijvoorbeeld als het gaat om inrichting van de lokalen, orde en netheid in school, gedrag van leerlingen in de klas, etc., dan kunnen de meeste leerlingen goed functioneren. Wellicht vraagt 5% van de leerlingen een specifieke benadering. 5% lijkt een aanzienlijk percentage, maar betekent in de praktijk 1 tot 2 leerlingen per groep. En als ik eerlijk ben, is dat in die 25 jaar dat ik in het onderwijs werk altijd zo geweest. De problematiek rond passend onderwijs zit wat mij betreft vooral in de wachtlijsten, de bureaucratie en de schotten tussen organisaties. Die problematiek gaan wij als leraren niet oplossen, maar op schoolniveau kun je in gezamenlijkheid ver komen.

Als ik tussen de regels van de column doorlees, valt me op dat ouders op de school van Smits’ vriendin zichzelf een ruimte hebben toegeëigend die ze niet toekomt. Als je op school duidelijk bent over eisen en verwachtingen richting ouders en dit herhaaldelijk ook laat blijken, zullen ouders die ruimte niet nemen. Er zit achter het ogenschijnlijk agressieve en dwingende gedrag vaak een enorme onzekerheid over de ontwikkeling van hun kind. Door in school kraakheldere, schoolbrede afspraken te hebben – en ik spreek hier uit ervaring – maak je van ouders partners en geen dwingelanden. Dat is een proces dat je op schoolniveau kunt regelen en omdat je zelf als leraar onderdeel bent van de school, ligt dit ook op jouw bordje.

Ik geloof Naomi Smits direct als ze zegt dat haar vriendin een vakbekwame leraar is met hart voor onderwijs. Ik vind het dan ook jammer dat ze heeft besloten om iets anders te gaan doen. Ik denk evenwel dat het had kunnen worden voorkomen. Leraren werken samen in een relatief eenvoudig systeem. Door een systemische aanpak in te voeren kom je als school een heel eind om de werkdruk laag te houden en leraren te laten floreren. Dat is wat ik de vriendin van Naomi had gegund en waar ze zelf aan had kunnen werken. Als ze dit allemaal heeft gedaan zonder resultaat had ik haar geadviseerd een school te zoeken waar dit soort zaken wel op orde is. Maar goed, het besluit is genomen.

Ter afsluiting. Volgens het CBS kiezen leraren die daadwerkelijk het basisonderwijs verlaten veelal voor werk in de detailhandel. Stel je eens voor: Heb je plots de vader van Carola aan de lijn om te klagen over zijn bestelling die nog steeds niet is gearriveerd.

 

 

Advertenties

2 gedachten over “Een dijkdoorbraak?”

  1. Beste Meesterlezer,

    Met belangstelling lees ik uw columns . Ik ben me aan het oriënteren op intreden in het regulier onderwijs. Als leraar wel te verstaan. Onder de vragen die ik mezelf daarover stel, zijn er ook die te maken hebben met werkdruk door bureaucratisering, administratie versus inhoudelijke voorbereiding en de dreiging van burnout.
    Om niet onbeslagen ten ijs te gaan, zou ik graag meer weten over waar je je als aankomend zij-instromer goed zou kunnen informeren over wat je als leraar moet en mag. Kunt u daar iets (concreets) over zeggen?

    Like

  2. Beste Lijn, in ons boek schrijven we over wat moet en wat mag het nodige. Er zijn scholen die het op dit vlak beter voor elkaar hebben dan andere. Het is dus belangrijk om een school te vinden die organisatorisch goed staat en waar je als startende leerkracht veel ondersteuning en begeleiding krijgt. Die scholen zijn er. Kijk dus voorbij de sfeer of de visie, maar denk aan wat je als startende leerkracht nodig hebt om je te ontwikkelen tot een vakbekwame leerkracht. Hierover zijn afspraken gemaakt, onder meer in de cao, maar die worden niet overal even goed gevolgd. Over wat je beroep inhoudt, zou ik even zoeken naar de kwalificatie-eisen van ons beroep. Die zijn best veelomvattend. Ik wens je alvast veel succes en hoop je graag eens als collega ergens te treffen.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s