Curriculumherziening

Advies: periodieke herijking via commissie

Deze week bracht de Onderwijsraad een advies uit aan de minister van onderwijs, de heer Slob, over de herziening van het curriculum in het funderend onderwijs. De raad had de volgende adviesvraag voorgelegen gekregen:

“Hoe kan curriculumvernieuwing bijdragen aan onderwijskwaliteit.”

De raad heeft hier de volgende vraag van gemaakt:

“Hoe kan curriculumvernieuwing zo worden georganiseerd dat het een duurzame bijdrage levert aan onderwijskwaliteit?”

Een deel van het antwoord op die zelf geformuleerde vraag zit in het voorstel van de Onderwijsraad om een commissie aan te stellen die het curriculum, zoals dit ook gebeurt met de bekwaamheidseisen van het beroep van leraren, ‘periodiek herijkt.’

Als je dit idee legt naast de kennis, kunde én monitoring etc. van de bekwaamheidseisen, dan kun je niet anders dan huiverig zijn. Deze eisen zijn op geen enkele wijze geland op de werkvloer. Wie geeft de garantie dat dit inzake het curriculum wel gaat gebeuren? We kennen allen de weerbarstige werkelijkheid van het onderwijs. Het woord draagvlak staat nog steeds niet in hoofdletters geschreven bij de beleidsmakers en ontwikkelaars.

Herziening als proces.

Wat ik opmerkelijk vind aan het advies is het feit dat de Onderwijsraad de herziening van de kerndoelen op zich goed vindt. Onderwijs moet bij de tijd blijven en moet streven naar kwaliteitsverbetering van het onderwijs, aldus de raad. Een aanname gevolgd door een oordeel. Beide worden in de tekst niet onderbouwd. Wel besluit de Onderwijsraad tot het volgende: “Curriculumvernieuwing is dus (sic!) noodzakelijk, maar moet wel op de juiste wijze plaatsvinden.”

De Onderwijsraad heeft derhalve gekeken naar het proces van de herziening van het curriculum en hierbij zet hij enkele kritische kanttekeningen. In mijn eenvoudige woorden: Dat proces is niet goed. Voordat ik daar over zal schrijven, wil ik opmerken dat het interview dat twee leden van de Onderwijsraad gaven aan dagblad NRC scherper van toon en formulering is dan het rapport. Ik maak hieruit op dat het advies dat de minister krijgt afwijkt van wat enkele leden vinden. Het lijkt mij onverstandig om in zaken als deze met twee monden te spreken, maar dit terzijde.

Wat zijn nu de zorgen, de kritiek, van de Onderwijsraad op curriculum.nu? Ik citeer:

De raad heeft echter ook zorgen. Wanneer het bovengenoemde onderscheid in processen in relatie tot het project Curriculum.nu wordt bekeken, constateert hij dat de processen van herijking van kerndoelen en eindtermen, van curriculumontwikkeling en van onderwijsontwikkeling momenteel door elkaar lopen. Curriculum.nu is zowel bezig met het toewerken naar kerndoelen en eindtermen (in de vorm van het aanleveren van bouwstenen die de basis vormen voor de actualisatie van kerndoelen en eindtermen) als met curriculumontwikkeling (door het gezamenlijk nadenken over doelen en inhouden) en met onderwijsontwikkeling (in de vorm van het uitwerken van de bouwstenen die op ontwikkelscholen verder worden uitgewerkt in concrete lesvoorbeelden). Dit kan volgens de raad deels verklaard worden door de manier waarop de curriculumherziening is ingestoken en opgepakt. De voormalige staatssecretaris gaf het startsein voor een koersbepaling voor het curriculum in het funderend onderwijs met als een van de doelen een herijking van kerndoelen en eindtermen. Als aanzet voor deze herijking heeft het Platform Onderwijs2032 onder andere voorgesteld het curriculum te organiseren op basis van leergebieden.

Kort gezegd kun je stellen dat curriculum.nu zich met teveel tegelijk bezig houdt. Uit deze passage kan ook op worden gemaakt dat – en ik zal het voorzichtig formuleren – de dames en heren die zich bezig houden met de curriculumherziening zich ook buigen over het ‘hoe’ van het onderwijs. De zin “in de vorm van het uitwerken van de bouwstenen die op de ontwikkelscholen verder worden uitgewerkt in concrete lesvoorbeelden” hint in die richting. In NRC wordt het stelliger neergezet, maar ik baseer me maar even op het advies.

Dat al die zaken die curriculum.nu heeft opgepakt niet leiden tot een heldere focus en gezamenlijke richting is iets wat zorgen baart. Dit voorbeeld doet mij de wenkbrauwen fronsen:

Zo ontwikkelt bijvoorbeeld het vak Nederlands zich in de bovenbouw van het voortgezet onderwijs anders dan in de onderbouw en weer anders in het primair onderwijs. Niet alle ontwikkelingen in alle vakken en vakgebieden lopen dus gelijk.

Herziening van de herziening

Als het proces niet goed loopt, als de opdracht te wijdlopig is en de gezamenlijke focus en richting – zelfs binnen de vakgebieden – ontbreekt, dan is de vraag hoe het verder moet. De oplossing die de Onderwijsraad voorstaat heb ik al in het begin van dit blog genoemd. Hij adviseert om het periodiek herijken van de kerndoelen wettelijk vast te leggen en hiertoe een commissie aan te stellen. Deze permanente commissie kan dan als eerste de herziening van het curriculum herzien. Het is een bureaucratische oplossing om een ontwikkeling, ingezet door Sander Dekker, te neutraliseren.

Terug naar het begin. Bij het lezen van het rapport vroeg ik me of de uitkomst van het onderzoek en de beraadslagingen hierover niet de aanvankelijke adviesvraag van de minister hebben doen wijzigen. Met andere woorden: of de vraag die onderzocht is pas achteraf is geformuleerd? Ik denk het wel. Als de vraag van de minister niet was aangepast, dan was het antwoord geweest: Curriculum.nu kan geen bijdrage leveren aan de curriculumvernieuwing en dus de onderwijskwaliteit. En dat is niet een advies dat je naar de minister wilt sturen.

Advertenties

One thought on “Curriculumherziening”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s