Landelijke netwerkdag taalcoördinatoren

Taal is het voertuig van de geest, maar het is wel een krakende wagen geworden.

Met deze uitspraak begon Driek van Wissen in de jaren ’80 zijn gesproken column op de radio, in een programma dat, naar ik meen, werd gepresenteerd door Sylvain Poons. Van Wissen was dichter en taalvirtuoos en op dat laatste gebied de vrolijke variant van de ietwat gemelijke Battus. Het was een vreugde om naar hem te luisteren.

Ik was vandaag op de landelijke netwerkdag van taalcoördinatoren, georganiseerd door SLO. Ik bezocht workshops, woonde plenaire lezingen bij en sprak in de wandelgangen enkele congressanten. Het was een interessante dag, die ik kort zal beschrijven.

Krakende wagen

Voordat ik me op de inhoud van deze dag richt, even terug naar Drieks krakende wagen. Ik heb al vaker over geschreven over lezen, begrijpend lezen en taalonderwijs. Ik maak me zorgen over het lage niveau dat veel leerlingen aan het eind van de basisschool hebben en ik wijt dat voor een belangrijk deel aan het uitgeklede curriculum. De referentieniveaus van de commissie Meijerink vind ik van een bedroevend niveau en wie de moeite neemt om ze te bestuderen en ze daarna vergelijkt met het niveau dat ik pakweg 40 jaar geleden meenam naar het vo, kan niet anders dan mijn kritiek beamen.

Vanuit mijn visie bezien, is de rol van een taalcoördinator van zeer groot belang. Niet alleen om ervoor te zorgen dat leerkrachten op hun scholen zeer goed taalonderwijs geven, maar ook nog om ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk leerlingen de benauwend lage doelen van Meijerink cs weten te ontstijgen.

Ik ben op veel congressen geweest, maar ik heb zelden een aandachtiger en gretiger publiek gezien dan vandaag op dit congres. Waar je aan het eind van de middag vaak een halflege zaal treft als er een centrale afsluiting plaatsvindt, daar was deze nu bijna net zo vol als aan het begin van de dag. Collega’s met hart voor de zaak dus.

Van Steensel

De dag werd geopend door Roel van Steensel. Hij is verbonden aan diverse universiteiten en bezet de leerstoel van de Stichting Lezen. Hij sprak over een drietal aspecten inzake begrijpend lezen en leesmotivatie. Zijn presentatie was er een van de bedeesde, schroomvallige wetenschapper. Ik trok conclusies uit zijn presentatie die hij zelf niet trok maar in het midden liet. Ik zal de voornaamste noemen, namelijk dat Nieuwsbegrip van weinig waarde is voor je leesonderwijs. Dat heeft allerlei oorzaken, die bijvoorbeeld op het niveau van de leerkracht liggen, maar op de keper beschouwd kun je maar beter iets anders doen. Let wel, dit is mijn conclusie, die mede is gebaseerd op andere congressen die ik heb bezocht, het lezen van onderzoeken en artikelen en een gesprek met een collega van Van Steensel, Amos van Gelderen.

Veel scholen werken nog steeds met Nieuwsbegrip. Taalcoördinatoren van deze scholen worstelen met de vraag wat ze zouden moeten doen als ze Nieuwsbegrip niet meer zouden gebruiken. Op deze vraag werden twee antwoorden gegeven. Het ene antwoord is gematigd, het andere radicaal. Het eerste antwoord werd geformuleerd door Karin van de Mortel; het tweede antwoord door Heleen Buhrs.

Van de Mortel

Van de Mortel stelde in haar presentatie voor om naast het gebruik van een methode voor begrijpend lezen op zoek te gaan naar de transfer in zaakvakonderwijs. Daarmee zet je een belangrijke stap in de richting van waar begrijpend lezen om moet draaien: het is een middel en geen doel. De leerlingen zetten wat ze in de methode hebben geleerd in bij andere teksten/vakken.

Toen Van de Mortel bij de methodes voor de zaakvakken stilstond trok ze een conclusie die al een langere tijd bekend is. De teksten in deze methodes zijn vaak belabberd. Er staan eenvoudige zinnen in, voegwoorden ontbreken en daardoor raakt een tekst veel structuur kwijt. Dit probleem benoemde Van de Mortel wel, maar een oplossing bood ze onvoldoende.

Voor Van de Mortel is het belangrijk dat leerkrachten twee dingen kunnen en doen. Het eerste is om bij het bespreken en lezen van teksten ook aandacht te hebben voor complexere vragen. Ze verwees hierbij naar de taxonomie van Bloom. Het tweede is dat leerkrachten in staat zijn om relaties en verbanden te leggen tussen teksten. Ze gaf hierbij een mooi voorbeeld van Op naar het Noorden van Koos Meinderts in relatie tot een wandplaat over de bevrijding en een gedicht van een middelbare scholier dat bij de dodenherdenking op de Dam is voorgedragen.

Dit vraagt vakmanschap en het huiswerk voor taalcoördinatoren bij deze lezing was om na te denken over de vraag hoe ze hun leerkrachten zover kunnen krijgen dat ze op deze twee gebieden goed onderwijs geven. Een leerkracht moet in zo’n les in staat zijn om te scaffolden en moet dus zelf op een zeer hoog niveau én door de ogen van de kinderen naar de tekst kunnen kijken.

Hoe moeilijk dat laatste is, toonde Van de Mortel door over een les te praten die ze had geobserveerd. Het ging over een verhaal dat is geschreven bij een kunstwerk uit de collectie van het Rijksmuseum. De leerkracht had nagedacht over de woordenschat en woorden als drost uitgelegd. Van de Mortel vertelde dat zij zou hebben gekozen voor een woord als opkijken, dat in de tekst meerdere betekenissen heeft en ook nog eens veel vaker wordt gebruikt dan drost.

Het gematigde antwoord van Van de Mortel, die een goed verhaal op een rustige wijze vertelde, is dat je met een methode kunt werken en dat je er ook voor zorgt dat je de transfer maakt naar andere vakken en oog hebt voor mogelijkheden tot verdieping.

Buhrs

Het radicale antwoord kwam van Heleen Buhrs. Die legde de deelnemers aan haar workshop uit dat je zonder methode begrijpend lezen kunt geven vanuit thematisch onderwijs. Begrijpend lezen is dan als vak verdwenen en volledig opgegaan binnen de thematische aanpak.

Buhrs stipte een aantal zaken aan die even interessant als belangrijk zijn. Als eerste dat wanneer leerlingen een tekst zelfstandig kunnen lezen, deze waarschijnlijk te gemakkelijk voor ze is. De leerkracht is er om de leerlingen te helpen de inhoud van de tekst te begrijpen. Daarbij worden strategieën ingezet, maar deze worden niet expliciet benoemd. De tekst staat altijd centraal en het doel van de les gaat over de inhoud van die tekst. Kunnen ze dat zonder jouw hulp, dan had je beter een moeilijker tekst gekozen.

Ten tweede dat kennis belangrijker is dan technisch lezen. Vanzelfsprekend moet je goed kunnen lezen, maar als je een tekst leest over een onderwerp waar je niets van afweet, dan gaan leesstrategieën en goed technisch kunnen lezen je niet helpen. Lees dit artikel maar eens.

Ten derde dat je door kennisopbouw in staat bent om steeds complexere teksten te lezen, waarbij leerlingen lezen met het potlood in de hand. Ze zijn actief tijdens het lezen en discussiëren met elkaar over de tekst. Dat Buhrs met leerlingen in groep 6 teksten leest die voor volwassenen zijn bedoeld is hiervan een mooi voorbeeld. Omdat leerlingen veel wisten over een onderwerp, in dit geval vulkanisme, kon Buhrs een passage uit Filip  Dröges Tambora lezen.

Buhrs antwoord was dus radicaal in de zin dat zij les geeft zonder methode en ver voorbij de benauwende referentieniveaus van de commissie Meijerink opereert. Welk antwoord de taalcoördinator ook zal kiezen, er is voor haar en haar collega’s in de klassen werk aan de winkel, want in beide antwoorden zit een sterk appèl op vakmanschap verscholen.

Dank SLO voor deze dag en gaarne tot ziens.

Advertenties

One thought on “Landelijke netwerkdag taalcoördinatoren”

  1. Ik herken in je blog mijn eigen ervaringen op deze interessante studiedag! Ook ik vond de presentatie van Heleen Buhrs heel inspirerend, niet in de laatste plaats omdat zij vanuit haar eigen praktijk in de klas sprak. Ze weet dus wat werkt en hoe het werkt.
    Het punt van hoe om te gaan met de inmiddels bekende ‘leesstrategieën’ is interessant: wel gebruiken, maar niet expliciet benoemen, schrijf jij. Ik herken hierin wat Erna van Koeven op een andere conferentie zei, namelijk dat niet alles expliciet aangeleerd hoeft te worden. Ze zei letterlijk: we hebben de neiging tot ‘overteaching’. Daar heb ik een beetje over zitten nadenken. Volgens mij is het bij taalonderwijs juist wel belangrijk om steeds expliciet te maken wat jij als ervaren taalgebruiker doet wanneer je leest of schrijft. Pas dan kunnen de minder taalvaardige leerlingen dit gaan overnemen en zich geleidelijk eigen maken. Ik zou zeggen dat het probleem dus niet ligt in het expliciet gebruiken/benoemen van leesstrategieën, maar in het benaderen van leesstrategieën als doel in plaats van als middel. Dat gebeurt aan de hand van methodes als Nieuwsbegrip (ook al is dat niet de bedoeling van de makers), en dat is wat niet werkt. Wat Heleen Buhrs volgens mij in de klas doet, is superexpliciet benoemen wat ze doet terwijl ze samen met kinderen door een tekst beweegt. En dat is nu juist zo goed.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s